Stadsrafels

‘We hoeven alleen maar die spiegel.’ Ik knikte terwijl ik achter mijn lief de trappen van de IKEA opliep. De uitgang van de winkel heeft een megalift en een roltrap speciaal voor volle winkelwagentjes. Je komt met niets maar vertrekt bezakt en bepakt. Wij niet, wij waren bezig te ontspullen.

‘Wat doen al die mensen hier?’ Mopperend liep ik naast mijn lief over de parkeerplaats. Onverhoeds arriveerden we iets na elven bij het Singermuseum. Het was donderdag. Geen voorjaarsvakantie, al zagen we krokussen en hingen er lammeren in de lucht. Iedereen zat nu toch op kantoor of in een file?

Vijftig jaar geleden, toen ik geboren werd, zag de wereld er compleet anders uit. Mies leefde nog, weliswaar niet in kleur, maar dat zou niet lang meer duren. The Beatles waren nog bij elkaar, en ook dat zou niet lang meer duren.

Voor een plek in het geschiedenisboek van de Olympische Spelen volstaat een overwinning alleen allang niet meer. Kampioenen moeten een goed verhaal hebben. Een medaille glanst intenser na een overwonnen ziekte. Een dramatische levensloop vol geweld, drank, jaloezie en overambitieuze ouders is nog beter.

'Welkom in de studio. Duifje Vogel, goud op de 1250 meter tegen-de-klok-in.' Op de bank glimlacht de kampioene. 'Normaal komt de hele familie mee, waarom ben jij alleen?' vraagt de presentator. Nog voor Duifje kan antwoorden begint een filmpje. 'Hier is de familie van Duifje.'

Op een koude, grijze maandagochtend reden we over smalle wegen met sompige bermen. Ik gidste mijn zoon over het Hogeland. Hij had op Marktplaats een schoolwandkaart gekocht, in Uithuizen. Europa, 1957, toen Wolters het nog zonder Noordhoff deed en niemand iets wist van aardgas. 

Ik klikte verwoed op de button TICKETS. Er gebeurde niets. Ik was gewoon te vroeg. Om tien uur begon de kaartverkoop van het festival. Keihard op TICKETS drukken was zinloos. Ik moest geduld hebben. En dan kwam het automatisch goed.