De Westerkrant, 16-12-2015

Ik nam plaats op mijn zetel in de aula. In het universitaire wereldje heet alles anders. Op het spreekgestoelte oreerde Ben Bot. De oud-minister hield een lezing, of in zijn taal ‘een praatje’, over zijn belevenissen op het toneel van de wereldpolitiek.

Bot hoort bij Balkenende en Bush jr., ‘een reuze amaibele man’.

 

Hij knelde het apparaat in zijn vuisten, hield het dicht tegen zijn mond, alsof het een walmende HEMA-rookworst was.

 

Een paar maanden na hun kennismaking trof hij Bush opnieuw. Tot zijn verbazing herkende de president hem nog - en bood een fotomoment aan. ‘Of wilt u liever met Laura, zij is knapper.’ Diplomatiek koos Bot voor Laura én George. Drie weken later bezorgde een koerier een glimmende fotolijst. ‘Zo’n aardige man, die kun je niets weigeren, nietwaar?’ Ik begreep hoe wij in Afghanistan beland waren. 

Bot vulde moeiteloos een uur met anekdotes over Poetin (‘dossiertijger, kent alle details’) en Assad (‘je moet streng zijn in dit land’). Hij kon makkelijk nog een uur vullen. Maar ja, de vragen uit het publiek...

Ik vreesde het al. 

Om mij heen, heren, ouder en grijzer dan Bot, op het puntje van hun stoel. Ze popelden. Thuis luistert niemand. 

‘Zijn er nog vragen?’ 

Voor en achter me schoten knoestige en bibberige vingers omhoog. De geluidsman reikte een microfoon aan. Met beide handen greep een grijsaard de buitenkans aan. Hij knelde het apparaat in zijn vuisten, hield het dicht tegen zijn mond, alsof het een walmende HEMA-rookworst was. Mompelend begon hij. Ik verstond ‘Indië’, ‘schande’ en ‘Soekarno’. Een vraagteken bleef uit. Ik schoof ongemakkelijk heen en weer. Hoe zeg je netjes dat iemand zijn bek moet houden? 

Bot streek door zijn grijze kuif, glimlachte beminnelijk en verzekerde ons dat hij in zijn boek wel degelijk op de kwestie inging. De oude man staarde hem aan, zweeg en verloor zijn greep op de microfoon. 

Ik zakte opgelucht terug in mijn zetel.

Amaibele man, die Bot.