De Westerkrant, 13-01-2016

kohllijntjeMaandagochtend acht uur, bladerde ik doelloos door de krant. Door het ritselende krantenpapier miste ik de naam in het overlijdensbericht op Radio1. Toen ik ‘tentoonstelling in Groningen’ hoorde, begreep ik dat Bowie dood was. Vorige week verscheen zijn laatste album, ‘Black Star’.  

    Toepasselijk.

   Ik dacht aan Joey, zou hij het al weten? Vast niet, Joey hield nooit zo van vroeg wakker worden.

Met de bus kwam hij elke dag van Groningen naar Delfzijl. Duf en verdoofd liep hij over het plein, met zijn versleten leren jack uit de legerdump en een rugzak zonder boeken, maar vol muziek. Te laat voor de eerste les, schoof hij langs de conciërges. ‘Ik meld me straks,’ fluisterde hij. Eerst een peuk en muziek, zag je hem denken. 

De geraffelde oranje oorkussentjes van zijn koptelefoon

staken schril af bij zijn bleke, ingevallen gezicht.

   Terwijl ik me boog over derde en vierde naamvallen, zocht hij in de kantine naar de juiste cassette. Hij prutste het bandje in zijn walkman, die met plakband en elastiekjes bij elkaar gehouden werd. De geraffelde oranje oorkussentjes van zijn koptelefoon staken schril af bij zijn bleke, ingevallen gezicht. In de pauze ging ik naast hem zitten. ‘We can be Heroes’, zong hij zachtjes en tikte het ritme mee op zijn knie die uit zijn zwarte gescheurde jeans stak. 

   Ik kende in mijn Delfzijlse buitenwijk ‘Let’s Dance’; van ‘Ziggie Stardust’ had ik nooit gehoord. Tot Joey uit de bus stapte. Hij leende zijn Bowie-bandjes nooit uit; je mocht naast hem, schouder aan schouder, meeluisteren via zijn koptelefoon. De geur van zijn ongewassen, zwarte wollen trui, zweet vermengd met weed. Het zwart kohllijntje onder zijn ogen. Joey bracht elke dag de stad dichtbij. Waar Rebels en Heroes woonden. Naast hem kon je de stad ruiken en voelen, maar bovenal horen. 

   Ik denk dat Joey ondertussen al wakker is, en Ziggy meeneuriet. Een traan glijdt over zijn kohllijntje.