Onderweg naar de bioscoop op het Hereplein, fietste ik met mijn dochter langs Pokémon-Go-jagers in het Stadspark. Serieuze jongens met baarden en hippe sneakers liepen er rond, verbeten turend op hun schermen. Als wichelroedelopers hielden ze hun apparaten voor zich uit. Ze zochten hun jeugdidolen. Verder zagen ze niks. Het spel draait de bestaande wereld om: Pokémon-Go is een virtuele wereld in de buitenlucht. Alsof je FIFA2016 op een voetbalveld speelt. Je speelt alleen en toch brengt het spel spelers samen bij hotspots. De vergeten helden waren in mum van tijd weer hyperhip. Wij zagen niet wat de jongens zagen. Ons restte een glimp van hun ingebeelde wereld.

In een overvolle zaal bekeken we The Red Turtle, een animatie over een drenkeling die op een illusionair eiland overgeleverd is aan de krachten van de natuur. Nu tuurden wij ook naar een scherm. Het droombeeld in het donker bracht ons in vervoering. Een verlaten eiland. Kwetterende vogels. Krabbetjes die knisperend met hun scharen over het strand krabbelden. De kabbelende golfslag van de zee eindigde in een stortvloed. Fijne lijnen, kleuren in vele tinten en muziek in alle toonsoorten verbeelden een verhaal zonder woorden. 

Sprakeloos, ademloos. 

Zo stonden we na afloop op het Hereplein. Zwijgend reden we langs het station, vader en dochter op de fiets. De lucht kleurde rood met gouden strepen en oranje flarden. Alsof de filmillusie in het echt verder ging. Een paar donkere regenwolken werden uiteengedreven door de kille wind. Mijn dochter hield haar iPhone in haar hand. De andere hand omklemde haar stuur. Met een vinger tikte ze iets in. Ons tempo zakte hierdoor zodat we in een wankelende surplace terecht kwamen. ‘Ik had een mooie zin bedacht, die moest ik vastleggen.’ Ik heb niet gevraagd welke zin dat was. Ooit komt die terug in een verhaal, op een of andere manier.