Ik huiver. De radioweerman had het de hele ochtend al verkondigd het is buiten kil. Het klopt. Rillend sta ik buiten, in wind en regen. En dat in mei. Hond P. stribbelt driftig tegen. Lopen in de kou hoeft voor hem niet zo. Liever binnen in zijn mandje dan buiten met een natte vacht.

   Terwijl ik wacht tot hij volgt, kijk ik naar de auto die al een tijdje stil staat tegenover mijn oprit. Af en toe bewegen de ruitenwissers. De ramen zijn beslagen. De man achter het stuur wijst naar het huis aan de overkant. De vrouw naast hem knikt enthousiast. Op het dashboard ligt een plastic mapje met papieren. 

   Eindelijk komt de hond in beweging. Ik steek over, loop langs de auto. Ik glimlach bemoedigend naar de twee in de auto. Ik begrijp wat ze hier doen. Ze wachten op hun beurt. Voor het huis aan de overkant staat namelijk sinds vorige week een geel makelaarsbord. Het tekoopbord deint in de wind. 

   Uit het huis komt een ander stel naar buiten. De twee hebben rode koontjes van opwinding. Ze lopen gearmd onder de paraplu met het logo van een bank naar hun auto. Zij zegt iets, hij schudt zijn hoofd. Iij richt het huis al in terwijl hij nog rekent. Ik voel hun nervositeit. 

   Snel bieden, wil ik fluisteren. Doe een bod boven de vraagprijs, adviseer ik in stilte. Ongezien wijs ik op de wachtende auto: reageer snel, ze staan in de rij. Maar ik wil de  vrije markt niet verstoren en loop door. Door de beukenhaag heen zie ik de tuinkabouter staan, verloren in een hoekje, naast het verkoopbord. Benieuwd of die bij verkoop is inbegrepen. Hond P. doet er zijn plas en snelt naar huis. Het is nog steeds kil en guur.