De scherven lagen overal. Haastig plukte ik de glasresten uit het tapijt. De meute naderde. Nog drie minuten en de deur ging open. 

Er hing een parfum van angstzweet en te vaak ingeademde lucht. De zon brandde al dagen op het platte dak van de gymzaal. De warmte maakte elke kandidaat loom. Het enige geluid, getik, kwam van de klok die de conciërge provisorisch had opgehangen onder het omhooggedraaide basketbalbord. De klok waarvan de glazen voorplaat versplinterd nu op de grond lag. 

Het gebeurde toen ik de examenzaal klaar maakte. Om te registreren wie aanwezig was, kreeg elke leerling een tafel toegewezen. Ik verspreidde de naamkaartjes met examennummers en controleerde de verzegelde enveloppen met de examens. De lijst met de surveillerende collega's lag ernaast. Alles klopte. 

Over tien minuten moest ik de zaal openen en de leerlingen binnen laten. Hun geroezemoes zou de rust en orde verbreken die nu heerste. De stilte en warmte overweldigden me. Ik wreef in mijn ogen; nu niet in slaap vallen. Daarom pakte ik uit het materialenhok een basketbal. Omdat de groene gymvloer werd afgedekt met tapijt stuiterde ik de bal extra hard. Tussen de tafeltjes maakte ik een lay-up. Antwoordvellen fladderden in het rond. Met links wierp ik richting de basket. De bal ketste af op de ring. De klok schoot los.

Scherven. 

Glas, op de vloer, op de tafels en op de stoelen. Nog even en de zaal stond vol meisjes in open sandaaltjes en jongens op zomerse slippers. Ik voorzag een bloedbad. Vliegensvlug verzamelde ik de scherpe glaspunten. Met mijn zakdoek depte ik mijn bebloede vingers. Enkele naamkaartjes verplaatste ik naar schone tafels en hing de klok terug op zijn haakje. Hij liep nog exact op tijd. Niemand miste de glasplaat. 

Het examen verliep vlekkeloos. Behalve de bloedsporen op de examenopdrachten. Het was biologie.