Voorjaar 1980 luisterde ik met mijn ouders naar het schooladvies van de hoofdmeester. 'Elk vogeltje dat langs de ramen vliegt ziet hij,' begon hij. Ik schudde mijn hoofd. Aan de gangzijde waar ik zat, was geen raam. Geen vogel te zien. De meester pakte een sigaret uit zijn pakje Roxy. Rook kringelde boven de envelop met het schooladvies.

'Bovendien hangt hij de clown uit.' Weer schudde ik mijn hoofd. Kon ik het helpen dat de meisjes voor mij, Wendy en Lisa, om alles schaterlachten? Te speels. Niet serieus genoeg. 'Misschien lukt de HAVO, maar MAVO is beter,' velde de directeur het vonnis. Ik staarde naar de uitgedrukte peuk in de asbak. Die smeulde nog na. Mijn vriendjes kregen een HAVO-advies. 

De MAVO zat in een apart gebouw. Oude docenten en een brommerige conciërge. Geen kantine met cola en Snickers. Zonder plezier slaagde ik en ging ik naar HAVO-4. Docenten daar zagen hun leerlingen staan en brachten de leerstof tot leven. Zonde dat ik na klas 6 hier niet had mogen beginnen. Speels en afgeleid? Mijn neus! Ik miste uitdaging. Een beetje leerkracht had dat begrepen en mij het voordeel van de twijfel gegund. Gelukkig mocht je toen nog ‘stapelen’. Het HAVO-diploma leidde tot het VWO. 

Tegenwoordig zou ik zijn blijven steken op het MBO. Prima opleiding, maar onderwijs moet alles uit kinderen halen. Dit wordt tegengewerkt door het verbod op stapelen en opstromen. Ik begrijp ouders die van de basisschool een hoger advies verlangen. De media vinden dit overambitieus. Terwijl ouders hiertoe gedwongen worden. Zolang afstromen makkelijker is dan opstromen moeten ouders hun kind zo hoog mogelijk laten beginnen. Durf de uitdaging aan. Uitdagend onderwijs vergroot de succeskans. Een kind trekt zich op aan een slimme omgeving. Op een school zonder uitdaging ziet hij elk vogeltje vliegen en hangt hij de clown uit. En dat is zonde.