Bijna was ik een schrikkelbaby geweest. Dat zit zo. Ik stond voor zaterdag 24 februari 1968 gepland. Zonder puf of wee verliep dat weekend. Gelukkig want een geboorte in Limburg tijdens carnaval is vragen om moeilijkheden. Confetti in het vruchtwater. Mijn moeder haalde opgelucht adem toen As-woensdag voorbij was. Geen Alaaf-baby. Dat ze daarmee mijn kans op uitverkiezing tot prins Carnaval flink verkleinde, vind ik niet erg. 

De volgende geboortehindernis:  29 februari. Een schrikkelbaby leek mijn ouders niets. Eén keer in de vier jaar echt jarig, dat doe je je kind niet aan. Gelukkig had ik alle tijd, als ik maar op 21 juli 1968 Jan Janssen, als eerste Nederlander, de Tour kon zien winnen. Dus bleef ik zitten.  

Zo werd ik geen schrikkel- of alaafbaby. De tijd verstreek. Opnieuw wachtte er een lastig moment op de wc-kalender: op 5 maart verjaarde mijn overgrootvader. Moest ik in zijn schaduw mijn verjaardagsfeestjes vieren? Mijn ouders wilden liever geen schaduwbaby. Dan nog maar een dagje wachten. Uiteindelijk kwam ik op 6 maart. Ik was een wachtbaby.

Overigens. Ik dacht dat mijn geboortejaar bol stond van de muzikale wonderhits. Niet dus. Bij mijn geboorte stond ‘Words’ van de BeeGees bovenaan in de Top 40. Ze verdreven ‘Mien waar is mijn feestneus’ van Toon Hermans. Als het klopte dat de nummer-een-hits rondom je geboorte je latere muzikale voorkeur bepalen, was ik mooi de klos. ‘Words’ is een kwelling, ‘Feestneus’ geen haar beter. Na ‘Words’ kwam: ‘Kom uit de bedstee mijn liefste’ (nummer twee: ‘De kat van ome Willem’ van Wim Sonneveld) opgevolgd door ‘Cinderella Rockefella’ Esther en Abi Ofarim. Logisch dat ik weigerde ter wereld te komen. Muziektechnisch had ik op 25 mei moeten toeslaan (‘Lazy Sundays’, Small Faces). Snel want daarna kwam Heintje, ‘Ich bau dir ein Schloss’. 

Nee, dan liever een schrikkelbaby.