Ik zeg het alvast maar even: als het leven niets meer waard voor me is dan kies ik ervoor om niet door te leven. En dat wil ik graag netjes regelen. Geen gedoe met scheermesjes of voortrazende treinen. Nee, ik zag vorige week op tv hoe vreedzaam dat gaat tegenwoordig, dus graag zo.    Uiteraard vooraf goede gesprekken met knikkende en hummende leedexperts die met  hun lijdenspeilstok meten hoe diep mijn leed is om gezeur achteraf te voorkomen.

   Maak ik me geen zorgen over.

   Als ik me een voorstelling maak van mijn toekomst wordt dat geen pretje. Ik bespaar u de details, maar geloof me, genoeg lijden voor vier keer euthanasie.  

   En o ja, mocht u denken dat ik ondertussen van gedachten ben veranderd, ik ben ook maar een mens en verander voortdurend van identiteit dus moet ik mijn eutha-wens 24/7 updaten: ook nu geen behoefte aan een leven vol uitzichtloos  en ondraaglijk lijden dus in dat geval hoef ik niet verder te leven.

  Ik twijfel even, er roept een hoogleraar dat we gehersenspoeld worden. De overheid bezuinigt op medische en psychische zorg en veroorzaakt zo massale verveling bij ouderen. In hun ophokpaviljoens weggestopt en vergeten door hun overwerkte naar rust-snakkende  kinderen, vormen ze een kostbaar probleem.  Logisch, zegt de professor, dat de overheid  met slimme marketing de senioren op het idee van het zelfverkozen levenseinde brengt. Stap eruit met een spuit, beter voor iedereen. Zo tackelt onze overheid vol doodkracht het lijden. Genoeg geleefd? Dan platgespoten kassie-wijlen, plankie-zes of horizontaal het pand uit. En snel een beetje. We laten ons de dood in rommelen, waarschuwt de professor. Het is iets dat je niet wilt, maar wat je opgedrongen krijgt.

   Ik snap het en daarom zeg ik opnieuw, voor de zekerheid: Ik wil. Uit eigen wil.