Op de hoek staat een boer met een e-bike

Ik hou de hond nog maar net bij. De storm wakkert zijn onstuimigheid aan. Als ik hem niet had aangelijnd was hij nu in de verte verdwenen. We lopen langs de randen van de buitenwijk. Ondiepe sloten achter zelf-ontworpen huizen die in hun streven naar originaliteit en eigenheid doodliepen op eenvormigheid. De kavels zijn te krap voor de pretentie van vrijstaand wonen. Onder de plexiglazen overkaping staan twee motoren. Ze passen net naast de steigerhouten buitentafel. Vehikels van vrijheid op twee vierkante meters. Achter de schutting van groen uitgeslagen tuinhout stroomt een kruiwagen vol regenwater, daarnaast een aanhangwagentje met ongekloofd haardhout onder blauw plastic. 

  Op de hoek staat een man naast zijn e-bike. Hij kijkt naar de moderne huizen. Daar stond zijn boerderij. Met koeien in de stal en buiten de pony van de kleindochter. Het voorhuis aan  de Peizerweg. De burgerwens van vrijstaand wonen vernauwde zijn blik over uitgestrekte velden. 

   Hij groet zijn oud-overbuurman. Aan diens gevel, boven de kleine ramen met rood-groene luiken, wappert de Groninger vlag. Ze praten vol handgebaren. Over de storm? De regen? Ze bleven buren. Toen de boerderij moest wijken voor vrije-sector-dromen, stak de voormalige boer de Peizerweg over. Hij ging wonen op een ware vrije kavel, met uitzicht op een nieuwe oneindigheid. Hemelsbreed een paar roedes verwijderd van het oude erf. Kilometers ver kijkt hij nu uit over velden vol ganzen en zwanen en silhouetten van paarden en kromgebogen fietsers met tegenwind. 

   Dan stapt hij op. Op een damesmodel, die stang zit alleen maar in de weg. Wellicht zegt hij ‘Tot kiekes’, steekt de Peizerweg over en rijdt, grijze kop in de wind, richting de postbus in de nieuwbouwwijk. In gedachte volgt hij het oude karrenspoor. 

   Mijn hond snuffelt in de berm en heft zijn achterpoot. De wind doet hem bijna wankelen.