‘Ik heb het uit,’ riep ik naar mijn vrouw en dochter die op de bank tv keken. ‘Dat hele dikke boek?‘   Bescheiden knikte ik, een beetje trots. Ik had hen verteld over mijn tocht door de dikke 1000 pagina’s van het slot van Mijn Strijd van Knausgard. Hoe autistisch de hoofdpersoon reageerde op de bipolaire stoornis van zijn vrouw, hoe de verkoop van het tuinhuisje vastliep en hoe rechtszaken over het boek de schrijver verlamde. 

   Ik lees veel. In mijn boekenkast staan weinig ongelezen boeken. Soms herlees ik ze. Omdat ik denk dat ik vergeten ben wat er in stond. Vaak ten onrechte. Mijn geheugen werkt beter dan ik denk. Terwijl denken en herinneren bij elkaar zitten in je hersenen. Ik zou beter moeten weten. 

   Ik lees op mijn iPhone. Een boek weegt me te veel. Mijn spieren verstijven met een robuuste roman in de hand. Vandaar dat ik door het verhaal heen swipe. Veertig woorden per scherm. Bij de bibliotheek leent ik ebooks. Ik kan altijd en overal online titels uitzoeken. Ideaal voor mij, een man met slaapproblemen. Na drie uurtjes slapen klaarwakker. Proberen is zinloos, ik woel, trek aan het dekbed, stoor mijn lief in haar slaap, en zucht, heel diep. Want ik ben zielig en wil aandacht. Niet slapen is saai. Daarom lees ik, heel veel. 

    Knausgard schreef zes boeken over zijn leven. Hij vindt zijn  leven saai. Terecht: om vier uur begint hij met schrijven, elke ochtend. Om half zes komen zijn kinderen uit bed. Hij maakt ontbijt, kleedt ze aan, brengt ze naar de crèche, haalt boodschappen en puft thuis op het balkon uit met koffie en een sigaret. Het liefste las hij de hele dag, alleen. 

     Herkenbaar.

     Saai leven. Zo saai, dat ik er wakker van bleef, zelfs zonder koffie of sigaretten. Hoe mooi saai kan zijn.