Bij de lente is het zonneklaar. Het is voorjaar als het rokjesdag is. Bij toverslag dragen vrouwen ineens korte rokken, met daaronder blote benen. Op elke straathoek en in ieder park zie je ze. Een glorieus moment. De winter is overwonnen. Vanaf nu heerst de zon. Niets voor niets zongen de Beatles: ‘Here comes the sun, little darling, the smiles returning to the faces.’ Dat die glimlach samenhangt met ontblote benen is logisch.

Martin Bril is onlosmakelijk verbonden met rokjesdag. Elk jaar in april schreef hij erover. ‘Rokjesdag’ haalde Van Dale en in 2016 maakt Johan Nijenhuis er een film over. Bril maakte rokjesdag tot een fenomeen. Kwade tongen beweren dat hij het niet zelf bedacht heeft. ‘Skirt day‘ zou al tijden hebben bestaan in de VS. Maar zolang nergens staat wie het bedacht en Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., is Bril de bedenker.

Enfin.

Een omgekeerde rokjesdag bestaat niet. Welk breed gedragen verlangen roept de herfst op? Een enkeling denkt: ‘Herfst, eindelijk met frisse wangen genieten van wandelingen in prachtig gekleurde bossen en kastanjes zoeken in het park.’ Voor de meesten betekent herfst koude voeten in bed en fietsen door de regen met tegenwind. 

Herfst is niets om je op te verheugen. 

Wel heerlijk om over te klagen. Iedereen knikt als je op kantoor binnenkomt en je zanikt over verkleumde vingers. Geen mens snoert je de mond als je in een overvolle bus fulmineert over spekgladde stoepen door gevallen bladeren. Massaal begrip voor je tirade tegen de wintertijd waardoor je in het pikkedonker thuiskomt van school en je dag al voor het eten in duisternis eindigt. Jeremiëren over het najaar, als we dat massaal doen, is het officieus herfst. Als iedereen bij toverslag gezamenlijk neuzelt over natheid, kilte en duisternis is het Drenzdag.

Voorlopig valt er niets te drenzen, we krijgen een Indian summer.

Jammer.