Onze cultuur en beschaving wordt bedreigd door gelukszoekers die in wankele bootjes de Middellandse Zee oversteken, roepen de Wilders-adepten in elke openstaande microfoon. Met angst en beven wijzen ze naar Syriërs die met treinen en bussen aankomen bij de sporthallen, vakantiehuisjes en evenementenhallen waar ze tijdelijk worden ondergebracht. Ze geven hen nog voordat ze zijn gearriveerd de schuld van vechtpartijen, berovingen en verkrachtingen.

Kranten, tv en radio bieden angstaanjagers ruimte om te  suggereren dat de opvangcapaciteit van onze samenleving is bereikt. Genoeg is genoeg is hun leus die gemeengoed dreigt te worden. Ze klagen dat het te zot voor woorden is dat onze senioren uit hun bejaardentehuizen moeten wegens bezuinigingen en dat de nieuwkomers zomaar de vrijgekomen kamers overnemen. En onze oudjes dan, die onze welvaart hebben opgebouwd, roepen ze verontwaardigd. Moeten die dan in tenten op de Ginkelse Heide gaan wonen? 

En dat terwijl het wel meevalt met die vluchtelingen. Die vermengen zich wel in de mengelmoes die Nederland is. Die doen straks vrolijk mee met de plaatselijke tradities. Over drie jaar wordt een Syriër prins carnaval, vaart een groep Syrische homo’s mee bij de gaypride en winnen we het Eurovisiesongfestival met een in Volendam opgevangen Syriër. 

Maar.

Door al het roepgetoeter over tsunami-trammelant hoort niemand de echte noodkreet. Wat er ten noorden van onze Waddeneilanden aan onheil nadert, ontgaat ons. Het echte gevaar is oud, draagt een rode muts en een grijze baard. Eind september is hij alweer opgedoken in de plaatselijke Tuinland waar je nietsvermoedend verblind raakt door flikkerende, twinkelende en knipperende kerstverlichting en je niet kan ontsnappen aan de grijns en het gejojo van een seniele kerstman. Alles wordt klaargezet voor de omzet van het jaar. Als we als beschaafd volk ons kerstgeld zouden besteden aan onze vluchtelingen zou de wereld er op twee manieren mooier uitzien.