'Zo oud ben je toch niet,' zei mijn dochter. 
'Nee, maar wel sentimenteel,' antwoordde ik. We dronken thee. Dat hoort zo als je dochter uit school komt. Haar huiswerk lag te wachten op tafel. Ik vertelde dat ik die middag de zolder had opgeruimd. Haar broer is net het huis uit.
De leegte die dat opleverde moet opgeruimd worden. Op zijn ontruimde jongenskamer hingen oude affiches van bands en in een hoek stonden nog wat verhuisdozen met twijfelrestjes. Van die spullen die je niet wilt meenemen naar je studentenkamer maar waaraan je te gehecht bent om weg te gooien. Ik was er kritisch doorheen gegaan. De echte troep viste ik eruit en sorteerde de rest. Speelgoed, spelletjes, tekenboeken gingen door mijn vingers. Onderin een doos vond ik een opschrijfboekje van hem, dat een soort dagboekje had moeten worden. Natuurlijk heeft een kind recht op privacy, maar toch las ik wat hij opgeschreven had over een zomerse zaterdag. Hij had voetbal gekeken met een vriendje (Nederland speelde gelijk tegen Australië, niet erg want het was vriendschappelijk, stelde hij de lezer gerust). Hij besloot het stukje met: 'Het was een leuke dag.' Ik glimlachte en voelde mijn ogen vochtig worden. Ik bladerde snel door. In het begin schreef hij nog in keurig schoonschrift. Al na drie bladzijden werden de letters lukraak neergepend en op de zesde pagina stond "sorry dat ik al zo lang niet geschreven heb." De rest van het boekje was leeg. 
'Je broer is duidelijk niet zo'n dagboekschrijver als jij.' Mijn dochter glimlachte. Ze begon haar huiswerk te maken. Vanavond voor het slapengaan, schrijft ze er vast over, in haar dagboek. Over die malle vader van haar, die met tranen in zijn ogen de kinderspullen op zolder opruimt. En zich zelf een sentimentele oude zak noemt, de lieverd.