Ze zijn weg. Hun busjes vol gereedschap staan niet langer op de oprit. Ik hoef geen bakken koffie met suiker te schenken en geen ongemakkelijke gesprekken meer te voeren. ("Goh, stukadoor, hoe ben je dat nou geworden?" Of: "Knap hoor, hoe je die frees door dat beton jaagt, is dat iets dat je altijd al ambieerde?") De mannen van het gas, water, licht en stucwerk hebben de klus geklaard. En ze deden het prima, vaklui.

De keuken zit erin.

De laatjes glijden soepel open en sluiten geruisloos na een licht tikje tegen het hoogglans frontje. De borden, pannen en snijplanken hebben ieder een ruime plek gekregen in de kastjes. Overzichtelijk en geordend. Na jaren is alle troep verdwenen uit de keuken.

Opgeruimd staat netjes.

In de nieuwe keuken is niet langer plaats voor een rommella. Gebruikte batterijen gaan direct in de milieubak. Losse clipjes om boterhamzakjes dicht te maken gebruiken we nooit. Dus in de afvalkliko ermee. Een aangebroken tube secondenlijm hoort in de schuur te liggen. Meteen doen. Waarom ik kroonkurken bewaar naast de flessenopener weet ik ook niet. Kennelijk ben ik te lui om het bierdopje in de vuilnisemmer te mikken. Ik beloof mezelf dat niet meer te doen. De nieuwe keuken moet spik en span blijven. Zolang mogelijk genieten van de nieuwigheid. Ik streel het RVS van de afzuigkap. Met mijn mouw poets ik het raampje van de magnetron op. Telkens tel ik de vijf pitten van het fornuis. Zelfs het tijdelijke werkblad behandel ik alsof het van marmer is, in plaats van wit spaanplaat. Elke vergeten broodkruimel valt op. Ik veeg voortdurend het aanrecht schoon. Druppen die de koffiebekers achterlaten, dep ik met mijn donkergele duizend-dingendoekje direct weg.

Deze aanval van smetvrees duurt totdat ik de eerste kras maak op het houten werkblad, ik ken mezelf. Tot die tijd ruim ik dwangmatig al mijn keukenspullen keurig op, poets ik vlijtig de onderkastjes tot ze glimmen en streel ik verliefd de hals van de ronde kraan, waarbij ik mompel: "Wat heeft die fijne installateur met zijn fenomenale freesbewegingen jou toch mooi aangelegd." Hij zou me es moeten horen.