Logisch toch?

Ik luister vaak in de auto naar radio 1. Nieuws en opinie. En achtergronden bij het nieuws. Op de heenweg naar de tandarts, zenuwachtig als een kind dat teveel drop en chocola gesnoept had, reed ik vanochtend over de ringweg naar mijn halfjaarlijkse gebitscontrole. De vorige keer had de tandarts mij op het hart gebonden dat ik met flosdraad en raggertjes in de weer moest om mijn plaque te bestrijden.

Geduldig had hij uitgelegd wat zuurgraad, glazuur en cariës met elkaar te maken hadden. Ik onthield ervan dat ik mijn gebitstussenruimtes beter moest schoonhouden anders kreeg ik problemen. Of beter nog: kreeg ik met Olga te maken. Olga, de mondhygiëniste, die in de port a cabin achter de tandartspraktijk huis hield. Die zou me wel aan het poetsen krijgen. Een vernederende gang, leek me. Dus ik ragde, stookte, boende en schrobde me een ongeluk, tot bloedend toe. Met mijn tong streek ik langs mijn tandvlees en voelde geen gevoeligheden. Zo sterk als het tandvlees van mijn hond na diens tiende kauwkluif. 

Op de autoradio ging het over echte problemen: vluchtelingen. Oostenrijk, Hongarije, Servië en Duitsland. Duizenden mensen op de vlucht. Ik vrees dat ze amper een tandenborstel bij zich hebben, laat staan flosdraad of tandenstokers. Ik luisterde naar het verslag. De oplossing van dit probleem ken ik niet. Natuurlijk wil ik er wat aan doen. Een vluchteling in huis nemen wordt niet aangeraden. Knuffels en kleding zijn er genoeg. Eens per week een maaltijd aanbieden lijkt nog de beste optie. Tijdens de controle lag ik daar aan te denken. De tandarts deed ondertussen zijn ronde langs kronen en amalgaam. Ik voelde hoe hij met een naald mijn tandvlees checkte. De vleeskeuring viel positief uit. Hij complimenteerde mij met mijn mondconditie. Prima in orde. We schudden elkaar de hand. Tot over een half jaar, zei hij. Ik knikte. 

Terug in de auto bespraken de journalisten op de radio een ander probleem. Steeds meer mensen namen een zwerfhond mee van vakantie. Een opvangbaasje zei dat hij in Portugal een hond had gezien in het asiel en het niet over zijn hart kon krijgen het dier aan zijn lot over te laten. En ja, dan neem je hem mee naar huis. Logisch toch? De dierenbeschermer in de studio raadde dit af. Te riskant. Voor je het wist kreeg je allerlei ziektes in Nederland. Beter was om geld over te maken om de zwerfdieren daar op te vangen. In de regio, hoorde ik hem denken, maar hij slikte het in. Ik stopte voor een rood licht. Toen ik weer mocht doorrijden hoorde ik de hondenliefhebber antwoorden dat hij liever geen geld gaf, je wilt echt iets doen, dat is toch logisch? Dus nam hij het dier in huis. Tja. De journalist maakte het bruggetje naar de vluchtelingen niet. Ik dacht wel aan de vergelijking. Ik bewonderde de hondenhelper om zijn daadkracht. Al bleef het natuurlijk merkwaardig dat je honden uit Zuid-Europa laat overkomen als op dezelfde plek en plaats mensen in nood zitten. Maar ik weigerde de man cynisch af te schrijven. Hij deed ten minste iets. Ik twijfelde alleen. Ik besloot dat ik voor de volgende gebitsbeurt iets gedaan moest hebben voor de vluchtelingen. Ik vrees dat ook over een half jaar hulp hard nodig is. In welke vorm dan ook. Ik moet toch iets doen? Logisch toch?