Spontaan bood ik mijn lief aan de weekendboodschappen te doen. Ik beloofde het goedkoop te houden. Dus sinds tijden reed ik naar de geel-blauwe discounter en niet naar de grootgrutter met actiezegels voor gratis handdoeken / badlakens / washandjes / beflapjes / pannenlappen / babyslabbetjes / zakdoeken / brillendoekjes of lapjes voor het bloeden. Ik parkeerde, pakte mijn blauwe AH-tassen en zocht mijn AH-Boodschappenkarretjesmuntje terwijl boven mij de AH-helikopter jubileumrondjes vloog en de zaterdagrust verknalde.

Ik werkte mijn lijstje af. Groente, fruit, zuivel. En broodjes. De plexiglazen broodjeswand was nieuw voor mij. Elke broodje een eigen bak. Om te voorkomen dat de klant met vieze fikken aan de krokante korstjes krabt of zijn met cariës en tandplaque bedekte tanden in een petit-pain zet, moet je je broodje met een lepel eruit vissen. Net als op de kermis, met zo'n grijparm. Eindeloos prutsen om dat horloge te krijgen. 

Zo'n digitale. 

Met stopwatch. 

Uit Hong Kong. 

Na twee dagen kapot. 

Ik pakte de zwarte lepel die uit een smalle spleet stak, waar geen kaiser-brötchen doorheen paste. Hoe moest dit? Rechtsvooraan zaten scharnieren. Met mijn vingers door de gleuf, trok ik aan de voorwand. Veel gekraak, maar alles bleef dicht. 

Naast me bewoog een zesjarig meisje haar pistolet met de lepel langs de zijwand omhoog. De broodjes vielen door een smalle opening naast de bak in een mandje. Ze deed de bolletjes in een zak en bracht die naar haar moeder. 

Dat kon ik ook. Als een volleerd hockeyer volleyde ik een broodje tegen de zijwand. Het vloog de koker uit en stuiterde over de winkelvloer. 

Getver. 

Wat is viezer? 

Een broodje op de plakkende winkelvloer of bepoteld door bacterievingers?

Zo'n brooddispenser scheelt in de personeelskosten. Laat de klant maar klooien. De AH heeft die bakken ook. Maar daar kun je valsspelen. Je hand past door het klepje. Voelt toch minder lullig. Dan maar wat meer betalen.