De kille oostenwind blaast in mijn fris geschoren nek. ‘Er mag wel heel wat af,’ had ik de kapster tot uitdunnen uitgedaagd. Voor kaalheid hoef ik niet bang te zijn. Ze beaamde het. Frits van Egters uit De Avonden, zou bij mij geen kans maken.

Wel verraadt de haargroei in en om mijn oren en neus dat mijn jaren gaan tellen. Steeds meer weerbarstige haartjes groeien daar. Die horen net als de borstelige Brezjnev-wenkbrauwen bij de veroudering. Met mijn scheerapparaat sta ik machteloos. De bejaarhaartjes zitten in nauwe lichaamsopeningen: onbereikbaar voor mijn Philishave. Kortgeleden kocht ik een neushaartrimmer, een waanzinnig wapen tegen weigerhaartjes. 

Strak gecoiffeerd fiets ik over de Grote Markt. Daar breken kwieke werkmannen de ijsbaan af. Het is januari en dus is het uit met de midwinterpret. Geen warme choco en zoete wafels meer. Ik doe mijn fiets op slot en zet hem naast een studentenfiets. Het is zo’n swapfiets met blauwe voorband en oranje voorvork. Voor anderhalf tientje per maand rijd je zonder zorgen naar Zernike. De leasebike kleurt de stad vrolijk. Net als de OV-fietsen in de NS-tinten dat doen. Ik draag ook bij aan de fleurige stad, met mijn rode fietstassen. 

Ondanks weigerhaartjes, ben ik best wel hip. 

Bij de bouwplaats van het Forum kijk ik door het hek naar de vorderingen. Vandaar wandel ik naar de Kreupelstraat, Loket Burgerzaken. Ik meld mij voor een nieuw rijbewijs. Dertig jaar na mijn rijexamen is het tijd voor een nieuw pasje. ‘Is dit echt de mijne?’ De ambtenaar knikt. Mijn handtekening is verworden tot een karige krabbel. De foto van mijn brilloze ik lijkt nergens op. De facto kan ik me hier niet mee identificeren. Dit ben ik niet. Bovendien blijk ik ineens tractor en brommer te mogen rijden. Dit kan ik nooit zijn. Maar de geboortedatum klopt. Inderdaad, bijna 50.