When the shit hits the fan

Het toilet spoelde niet meer door. Al dagen durfde ik niet uitgebreid te toiletteren. Tig keer zoog ik met een ontstopper de afvoer vacuüm. Ik mikte kilo’s soda, liters azijn en emmers kokend water door de wc. Niets hielp. Toen de uiterwaarden van de wc-pot dreigden te overstromen werd het code rood. Ik belde de rioolwacht. 

‘We gaan ons stinkende best doen’, beloofde de man. Een zin als een bedrijfsslogan. Je ziet de busjes met die belofte al door de stad rijden. 

Even later hing hij boven onze kruipruimte. ‘Trek nog eens door.’ Geborrel, geruis en gerommel. ‘Duidelijke zaak: verstopt.’ Hij draaide een dop van de rioolbuis en scheen erin met zijn zaklantaarn. ‘Ja hoor, propvol’. De gang vulde zich met kwade dampen. 

Uit de bestelbus rolde hij een zwarte slang uit. De hogedrukspuit ging het gat in. Een fontein van bruine drab spoot omhoog. Ik veegde mijn bril schoon. Onverstoorbaar perste hij de slang de afvoerbuis in. ‘Ik pak de drab-cam. Dan maak ik een video.’ Een flexibele selfiestick ging het morsige water in. Via het kleurendisplay kreeg ik een rondleiding door het riool. ‘The Brown Planet’, met zo’n donkerbruine BBC-commentaarstem: ‘De witte randjes zijn zeepresten met vet.’ Dan een onderwatertafereeltje waarin bruin-witte blaadjes en grauwgele lianen ronddreven. ‘In een jungle van wc-papier ontmoetten we deze jongens,’ in beeld dreven drollen zo groot als bruinvissen het beeld binnen, in zwermen pleepapier. 

De hogedrukspuit bracht beweging in de vastgekoekte cloaca. Alras stroomde de ondergrondse darm weer. Mijn rioolheld trok zijn slang terug. 

‘High five’ riep ik opgelucht. Op tijd bedacht ik me waarin hij met die plastic handschoenen had rondgewroet. ‘Ik stuur je de opnames via WeTransfer,’ zei hij terwijl hij zijn handen aan zijn broek afveegde. ‘Kun je ze op je gemak nakijken.’ 

Ik trok nog eens door. Maar de beelden bleven in mijn hoofd.