De Randstad vermijd ik liever. Ik heb geen last van een kloof tussen west en noord, wel van de drukte. Nu mijn kinderen er wonen, overwin ik de weerzin. Per trein toog ik naar Utrecht. Date met de dochter. Op Hoog-Catharijne verdwaalde ik. Ze verbouwen er massaal, vandaar.

In plaats van de smalle steegstraatjes richting de Dom, belandde ik op het Smakkelaarsveld, tussen de be-koptelefoonde en altoos-appende asofietsers, de niet-van-plan-om-opzij-te-gaande voetgangers en het oorverdovende, doordenderende en doorgaande autoverkeer, waartussen geluidstergende scooters en weinig subtiel scheldende bitches op bakfietsen circuleren. Ergernis alom. Driewerf bah, dixit Midas Wolf.

Zo bereikte ik de Catharijnesingel. Ooit goed voor twaalf rijbanen auto’s. Vijftig jaar lang symboliseerde de stadssnelweg de achterlijke vooruitgangsgedachte van de jaren zestig. Was het land net wederopgebouwd, werd de stad bedreigd door beton en asfalt. Ruim baan voor de auto. De eeuwenoude Utrechtse gracht werd gedempt voor de vooruitgang. Alsof in Groningen het Verbindingskanaal moest wijken voor een broesbaan. 

Niks nie mieters nie. 

Toch scheelde het maar weinig, in Grunn. Tegenwoordig versmalt op het Emmaviaduct de snelweg zich tot een eenbaansweg. Het verkeersplan van Goudappel uit ’67 had je vandaar breedbaans laten doorcrossen via de Hortusbuurt, rakelings langs de Nieuwe Kerk, naar Groningen Noord. Vlak om de Groninger binnenstad was een ringweg gepland. Het gedempt Zuiderdiep kreeg zes rijstroken auto’s. Sloop bedreigde de halve binnenstad. Groningen verwierp begin jaren ‘70 dit plan. Voetgangers kregen voorrang. Utrecht kreeg pas spijt toen het asfalt in de Catharijnesingel er definitief en in de schaduw van Hoog-Catharijne, lag. Sinds 2015 stroomt het water weer door de vers uitgegraven singel. Ik voelde blijdschap kijkend vanaf de brug naar de herwonnen watergang. 

Of was ik blij omdat ik naar mijn dochter ging? Dat laatste vooral. Op de brug begon een fijne middag.