Tegenwind, slagregens, waterkou, mijn handen verkleumd. Afzien in een regenbroek. Water spat op als ik door een regenplas rij. Door mijn bril zie ik niks, een troebele waas van regendruppels. Op goed geluk rijd ik naar de bibliotheek. Daar interviewt Rense Sinkgraven Hennie Kuiper, wielerheld.

Bruine halfhoge schoenen, donkerblauw pak, met een wit overhemd, uiteraard, al verwacht je een wielershirt van Raleigh of Peugeot. Kuiper, tweemaal tweede in de Tour, Olympisch- en wereldkampioen, winnaar in San Remo, Roubaix, Vlaanderen en Lombardije.

Het is 1983, ik kijk tv en word getuige. Kuiper in de berm, kasseienstrook halverwege Roubaix. Velg kapot gereden in een kuil, toen hij uitweek voor een fotograferende toeschouwer, - 'Nee, ik weet niet of die foto is gelukt.' - De rode, zwaarbemodderde fiets smijt hij in de blubber. Waar blijft die hulp? Klapt in zijn handen, goddank, een nieuw achterwiel. Kuiper ziet ze wrikken aan zijn achtervork. Eindelijk, reservefiets. Hj rent eropaf, springt in het zadel, laat zich aanduwen, wilskrachtig op weg naar de zege.

Kuiper over afzien: 'Bij kloteweer, gaf de helft direct op. Die regen van vandaag is voor watjes.' Hagel, natte sneeuw en Merckx of Hinault die wegdemarreert, dat is afzien.

'In 1980, tweede achter Zoetemelk, had je toen niet kunnen winnen? vraagt Rense. 'Ik kwam tekort doordat ik in de eerste week met Hinault meereed.' In de regen naar Lille besloot het peloton niet te koersen uit protest tegen de lange etappes. 'Hinault was van een moo is een moo,' zegt Kuiper, in mooi Neder-Frans. Afspraak is afspraak. Gingen ze toch rijden. Strafexpeditie van Hinault. Kuiper volgde, maar werd in de sprint geklopt. 'In de laatste week brak die etappe me op.'

Strijdend verliezen is niet erg. Als je maar alles geeft.

Na afloop schud ik zijn hand - denk: 'Wow, one handshake away from Hinault.' - en bedank hem.