‘Wat doen al die mensen hier?’ Mopperend liep ik naast mijn lief over de parkeerplaats. Onverhoeds arriveerden we iets na elven bij het Singermuseum. Het was donderdag. Geen voorjaarsvakantie, al zagen we krokussen en hingen er lammeren in de lucht. Iedereen zat nu toch op kantoor of in een file?

We passeerden medemensen die lang geleden vijftig jaar waren. Krasse koppen, hier en daar kalend. Sommigen liepen schielijk, anderen stapvoets richting museumkassa. Daar hing een appetijtelijk affiche. Een fraaie Française - of nog beter: une jeune fille à la rose - gehuld in een rode blouse, een roos in het opgestoken zwarte haar, keek ons met donkere ogen aan. Blosjes op de wangen, mond gesloten. Ze oogt vermoeid. Of is ze teleurgesteld? Waarin? In wie? Intrigerend en ravissant, zou de tentoonstellingsbrochure het beschrijven. Ik dacht gewoon: een lekker ding. Edoch, dat is ongehoord in een museum, toch de tempel der muzen, nietwaar? Dus bewonderend fluisteren en handjes thuis.

Kwam de gerontengolf voor deze in 1907 door Auguste Renoir geschilderde schoonheid? Of kwam men voor de Brigitte Bardot van Kees van Dongen uit ’54. De film Et Dieu créa la femme moest nog uitkomen, maar Van Dongen wist al hoe Bardot de geschiedenis in zou gaan. Onverschrokken kijkt de grof geschilderde BB opzij naar de toeschouwer. Het lange rossige haar golft tot over de ontblote schouders. De befaamde borsten, waarlijk zo rond als rijpe vruchten, pront vooruit, bijeengehouden en ondersteund door ragfijne lingerie.

Say no more, zeg maar.

Voor de kassa verdrongen zich kunstminnende pensionado's, de Museumjaarkaart in de aanslag, gemelijk omstanders vervloekend die dadelijk het zicht zouden ontnemen op de impressionistische kunstwerken uit de collectie-Fentener van Vlissingen.

Terechte drukte op de parkeerplaats. Logisch dat de ouden van dagen zich verzamelden voor de expositie A wonderful Journey. Met wat ellebogenwerk valt daar heel wat moois te zien.

Zie voor de schilderijen: Singer