‘We hoeven alleen maar die spiegel.’ Ik knikte terwijl ik achter mijn lief de trappen van de IKEA opliep. De uitgang van de winkel heeft een megalift en een roltrap speciaal voor volle winkelwagentjes. Je komt met niets maar vertrekt bezakt en bepakt. Wij niet, wij waren bezig te ontspullen.

Die ochtend hadden wij onze auto volgeladen met dozen vol ruimtevretende romans, onspannende thrillers, droefstemmende designbloempotten en vuilniszakken met kleding. Kleren die ik vergeten was. Wanneer droeg ik verticaal gestreepte overhemden? Roze polo-shirts, wat bezielde me? En die rode broek, in een maat van lang geleden? Weg ermee. Net als dat fleecejasje dat ik ooit als buitenkansje in een Normandische hypermarché kocht. Het Noorse vlaggetje op de mouw betekende helaas niet automatisch dat het een Napapijri was.

Ontspullen doe je volgens opruim-guru Marie Kondo door bij elk item de vraag te stellen: word ik hier gelukkig van? Zo nee, weg ermee. Kondo raadt trouwens af sokken in een bolletje te bewaren; sokken raken daarvan in de stress. Leg ook geen T-shirts op een stapel, het onderste shirt kan daar niet tegen. Maar dat terzijde.

De spiegel in ons versgeschilderde toilet maakte mijn lief niet gelukkig: weg ermee. Met een auto vol ongelukkigmakend  huisraad reden we naar de Helperoostsingel. Bij Mamamini wierpen wij onze last af. Door naar IKEA. Kondo zal dit afraden, geniet eerst van je ontspulde huis.

We negeerden in het IKEA-labyrint alle huis-, tuin- en keukensnuisterijen en vonden onze spiegel. Eenzaam lag de spiegel te schitteren in ons winkelwagentje. Toen vond mijn lief theeglazen, altijd handig, en gastendoekjes die perfect bij de nieuwe toiletkleuren pasten. ‘En’, riep ik, ‘de waxinelichtjes zijn op, toch?’ In de koopjeshoek vond ik een lijst voor die poster uit de Bremer Kunsthalle. ‘Helft van het geld, kun je niets van zeggen,’ parafraseerde ik een familiewijsheid. Daar had Marie Kondo niet van terug.