IMG 4117Alles draait om dit apparaatje, dat ik die middag in het ziekenhuis bij de technisch coördinator zag. De accu was het grootste onderdeel ervan. ‘Als we dit implanteren dan krijg je wel een narcose,’ lichtte hij toe. ‘En als ie het niet meer doet, ik bedoel de batterij, dan vervangen we hem.’ Dit kastje ging mijn leven weer op gang brengen.

‘Je mag nooit zonder onze toestemming een mri-scan in.’ Het leidde tot onherstelbare beschadigingen aan de elektroden en aan mijn hersenen. ‘Okay, en gaan nu bij de veiligheidscontroles op Schiphol de metaaldetectoren meteen af?’ Hij knikte. Met dergelijke bijwerkingen kon ik wel  leven.

Even werd het stil in het kamertje. Onze blikken waren gericht op wat nu op tafel lag. De coördinator had het uit een glazen vitrinekast gehaald. Daar lag het op het tweede plankje van boven. Voorzichtig, alsof hij in een middeleeuwse kathedraal uit de reliekschrijn een zilverkleurig kistje pakte met erin een overblijfsel van een heilige - een teen, een rib of een tand -,  dat voor wonderbaarlijke genezingen moest zorgen. Moet je in dit moderne reliek ook echt geloven om het te laten werken? Ik merkte dat de waarschuwing die de chirurg vorige week had geuit, een vrees bij mij had opgewekt. Een vrees dat mij net die pech zou treffen dat bij mij de DBS niet zou werken, of dat mijn batterij al na een maand op is, of dat er breukjes in mijn draadjes zouden zitten. Ik zou bijna gelovig willen zijn en bij de heilige die geneesmiddelen in zijn pakket heeft, een rozenkransje bidden op de goede afloop. Of anders bij de heilige Rita, voor de hopeloze gevallen.

Het gewijde moment vervloog toen de uitleg verder ging. ‘Een week voor je operatie krijg je een oproepbrief. Met daarin alle info voor de opnamedag. Bel als je niets krijgt. Mogelijk krijgt iemand anders dan prioriteit.’ Iemand bij wie de draadjes geen contact meer maakten of wiens accu toe is aan een servicebeurt, dacht ik er zelf bij. Zelfs nu ik een datum had lag uitstel op de loer.

Bij het afscheid kreeg ik opnieuw iets tastbaars mee: een dvd over de DBS. Op de gang buiten het kantoortje moest ik aan de kant omdat iemand vervoerd werd op een ziekenhuisbed. De verpleegkundigen manoeuvreerden het bed voort met een gemak waarmee wij een boodschappenkarretje langs de schappen in de AH rijden. Bijna botste het bed tegen een onhandig geparkeerde rollator. De patiënt merkte het niet, de ogen bleven gesloten, om het hoofd had hij een tulband van verband en boven hem hing een infuus aan een standaard als een vlag in de mast op een schip. Zwijgend liet ik het bed passeren.

Mijn lief wees me de weg naar de volgende wachtkamer. ‘Daar is de balie voor de anesthesie.’ Ik sloot aan achter een rij. ‘U wordt zo opgeroepen.’ Ik voelde de stijfheid opkomen toen ik plaatsnam aan de wachttafel vol tijdschriften en gratis nieuwskrantjes. Ik was moe, om half drie ‘s middags. Normaal, -  wat is normaal? - zou ik nu een middagslaapje doen, in alle rust. In plaats daarvan moest ik wachten. Langzaam vielen mijn ogen dicht.