IMG 4117Zaterdag, een grauwe, grijze decemberdag. Ik ben al vroeg wakker. Op mijn blote voeten glip ik het bed uit. Zo dadelijk moet de oudpapierbak aan de weg staan, en de nieuwe krant ligt in de bus te wachten. Ik schiet een joggingbroek aan, trek sokken en een jas aan en doe mijn ding op de oprit. 

In de keuken eet ik een cracker met jam en drink wat thee. Ontbijten met alleen wat medicijnen leidt tot misselijkheid en daar heb ik nu geen tijd voor. 

In de gang staat mijn good-old Brompton, de vouwfiets die mijn zoon nu mag gebruiken tijdens zijn stage. Hij had er langer een oogje op maar ik kon de compacte fiets die ik voor mijn woon-werk-verkeer gebruikte, niet zomaar wegdoen. Het is een van de weinige directe verbindingen die ik nog met mijn werk heb. De rest heb ik allemaal weggeflikkerd. Als je ergens niet blij van wordt, moet je er afstand van doen, heeft een Japanse opberg-guru eens opgemerkt. En van niet-meer werken werd ik inderdaad niet blij. Maar mijn Brompton heb ik gehouden.

Met mijn laptop kruip ik terug in bed. Mijn lief ligt nog te slapen. De werkweek was vermoeiend en met al dat gemantelzorg voor een parkiënt die ook tijdens de slaap om aandacht roept, is uitslapen op zaterdag wel gewenst. Ik open mijn Sinterklaasgedichten-bestand en tik rijmend en grappen-en-grollend verder aan de versjes voor bij de pakjes van vanavond. 

Beide kinderen zijn thuis. Ik vind dat heerlijk, dat ze weer samen thuis zijn. Er hoeven geen ingewikkelde maaltijden klaargestoomd worden of appeltaarten op tafel te komen. Gewoon samen zijn, is okee.

‘s Avonds eten we een zelfgemaakte pizza, drinken een goed glas wijn en af en toe scheurt iemand een gedichtje van zijn pakje en draagt het voor. Natuurlijk zijn de onderwerpen vaak hetzelfde als voorgaande jaren: drukke agenda, niet opgeruimde kamers, teveel boeken lezen, te graag te ver op vakantie willen gaan. Maar het hoort bij de traditie, een beetje teasen en dat in dwangrijm. 

Ik krijg natuurlijk boeken. Maar ook warme sokken en een stel pantoffels. En verdomme, er gebeurt waar ik bang voor was. Het gedicht dat ik mag voorlezen gaat over een man die moet wachten op een operatie. En het is mieters krachtig, vind ik. Het is geschreven door iemand die het wachten van zeer nabij mee heeft gemaakt. Het raakt me en ik moet vechten tegen de tranen. In mijn keel krijg ik een brok, als ik voorlees:

“Sint gunt je wat meer variatie

 In je leven na de DBS-operatie 

 Hopelijk gaat het lopen dan vlotter

 En is het afgelopen met het gestotter.”

Gelukkig was dit de laatste strofe en kon ik mijn snik verbergen in het knisperen van het papier bij het uitpakken.