IMG 4117Midden in de nacht moet ik plassen. Ik probeer het te negeren, maar de aandrang is te opdringerig. Voorzichtig sta ik op. Ik schuifel richting toilet, zie op de klok op de overloop, dat het net na enen is. Om te voorkomen dat ik de nachtelijke dweil moet hanteren - echt heren, vergeet het dat staand plassen,

zittend pissen geeft veel voldoening, en kost minder WC-Eend - ga ik zitten. Het voelt wat stijfjes, maar ik land dit keer goed op de bril. Beter dan een tijdje terug, toen ik in volle vaart en met niet meer te houden plas dwars door het dichte deksel knalde. Ik trek door, drink wat water, luister bovenaan de trap of de hond nog in de gang beneden ligt, gaap, schuif terug naar bed en kruip er weer in. Als het hierbij blijft hoef ik zo’n operatie niet eens, denk ik nog even, bel maar af. Nog voor ik meer nachtelijke gedachten krijg, slaap ik alweer.

Rond zessen, nee half zeven, hoor ik het geklepper van buurdeuren. Gedachten schieten als losse flodders door mijn grijze cellen: kinder’n staakt u wild geraas - traptreden en treiterende kindervoetjes - preventief ritalin aan drinkwater toevoegen tegen kindergebonk - wacht maar, je verlangt er nog naar als je met tien man op een kamer ligt bij te komen - aansteller, denk eens aan zo’n noodhospitaal, Reims, 1917, de foto’s zag je in de kathedraal - niet mekkeren, lijdzaam ondergaan. Flarden ochtendgedachten.

Ik maak ontbijt voor mijn lief. Ze is een avondmens. Mijn kopje thee, suikerbrood en wat fruit lokken haar het warme bed uit. Het is ook te donker buiten. Vast bijna kerst - nee, geen boom, te vrolijk - wel kaarsjes - de radio spreekt over Brexit - een Lekker-Dier-commercial tegen eend en haas als kerstdiner, ook met z’n tienen in een hok - geen rucola voor lunchbroodje humus - lege flessen opruimen. Ik blijf gedachten aaneenrijgen.

Buiten start zij de auto en rij ik de kliko naar de straat. Binnen ontbijt ik, lees de krant en val op de bank in slaap. Ik word wakker als de hond komt snuffelen. Okee, ik kom, brokjes voor jou en voor mij een appel. En samen uit. De zon is eindelijk op. Helder licht op de boekenkast. Ik moet nog een dag wachten, morgen bellen. Of nu? Hond P likt zijn bak leeg en slurpt zijn water op. Nog een uur om te bellen. Eerst de hond.

Gedachten op een dinsdagochtend in december.