Het besluit viel. De elektrode ging eruit. Nieuwe X-, Y-, Z-waarden klonken door de OK. De alternatieve coordinaten werden ingesteld. Ik herinner me iets van Y = 151,5. De neuroloog praatte mij bij. Hij was benieuwd om te zien hoe ik zou reageren op de tweede poging. Ik stemde in met het voorstel,

als ik al een stem had in deze. Even vreesde ik dat de operatie op het punt stond te mislukken. De neuroloog stelde me gerust, heel soms gebeurde dit, in 5% van de gevallen wordt niet direct de juiste plek aangeprikt. Stel dat je niet onder gehele narcose was - zoals in sommige DBS-centra gedaan wordt - dan had je pas na de operatie kunnen testen of je goed zat. Dan kun je opnieuw een operatie verwachten. Dan is dit beter, concludeerde ik. Hij knikte.

Voorzichtig begon de chirurg aan het loskoppelen van de elektrode. De tinteling viel weg, ik kon weer gewoon praten en voelde geen onbedwingbare drang tot lachen. Nogmaals volgde een check van de coördinaten. De elektrode werd vanuit hetzelfde boorgat, zij het iets anders in mijn hoofd geschoven en weer aangesloten. Het testen verliep beter, behalve bij de hogere voltages. Daar tintelde het, haperde de spraak en begon de dwanglach weer. Op andere instellingen reageerde ik als verwacht: vlotte bewegingen en montere praatjes. Opnieuw overleg. Wat te doen?

Hier stokte het vanzelfsprekende proces, de routine bood geen oplossing, hier werd niet langer het gebaande pad gevolgd, hier bood de improvisatie en de durf om de weg te bepalen op grond van kennis, observaties en lef, misschien wel bluf. Ik was getuige van mijn eigen reddingsoperatie. De neurochirurg overtuigde door zonder aarzelen te stellen dat de hoge voltages zelden gebruikt zullen worden in de dagelijkse praktijk, en dat naar zijn inzicht de plek de juiste moest zijn. De plek was misschien niet super, maar bracht meer dan acceptabele resultaten. Ik dacht hoe wij vroeger een kampeerplek in de bergen bepaalde. Misschien hield je het op dit enige rechte stukje bij extreem noodweer niet helemaal droog, maar de kans dat dit gebeurde was zo klein dat, we het maar moesten doen, je kon in ieder geval recht liggen in de tent. De laatste scan zou hem gelijk geven, wist de chirurg. Ik vermoed dat er naar elkaar geknikt is, er een blik van vertrouwen moet zijn uitgewisseld, ‘Zo doen we het, ok?’

Snel werkte de chirurg de ingreep af. Hij hechtte de wonden, zodat ik naar de scan op de andere afdeling gereden kon worden om een beeld te vormen waar de implantaten in mijn hoofd precies zaten, en of de aannames juist waren. Toen ik terug kwam van de scankamer, vertelden de neuroloog en de chirurg mij wat ze al hadden vermoed: het zat op de juiste plek. Tevredenheid alom. De neuroloog gaf mij een hand, bedankte me voor mijn goede feedback bij de testen en verdween. Onderwijl werd ik klaar gemaakt voor deel twee van de operatie: het kastje in mijn borstkas. Ik haalde diep adem, kreeg een mondkapje voor, zag nog hoe mijn borsthaar werd weggeschoren en vertrok daarop in een roes opgewekt door de anesthesist.