Ik herken de weerklank in de gang van het loopje van mijn Lief. In de paar dagen ziekenhuis had ik de klanken van het ziekenhuis leren kennen.

Verpleegkundigen dragen geen hakken of schoeisel met knerpende zolen. Hun tred is gehaast zonder dat ze geen tijd voor je hebben. Artsen lopen gedecideerd, doelgericht, gericht op autoriteit. Hoor je een sloffend geluid dan is het een patiënt die net genoeg hersteld is voor een loopje door de gang. Ik ben nu nog te suf voor een rondgangetje. Nadat ik verward bijgekomen was van de operatie en een onaangenaam poosje op de uitslaapkamer had doorgebracht, brachten twee verpleegkundigen mij terug naar mijn kamer van vier. Tijdens mijn afwezigheid waren de twee dames, de snurkers, ontslagen. Alleen de man die al vanaf maandagmiddag wachtte op een hersteloperatie van zijn defecte DBS en sindsdien nuchter had moeten wachten, lag er nog.

Ik zie haar binnenkomen en voel haar hand in mijn hand. Ik vecht om mijn ogen open te houden. Een boeiende gesprekspartner kan ik niet zijn. De kinderen zijn er ook. Opgelucht, maar misschien toch ook wel onder de indruk van het verband dat om mijn hoofd gewikkeld zit en het losgeraakte blauwe operatieschort dat ik blijkbaar nog altijd draag, net als de weinig flatteuze witte steunkousen die tot halverwege mijn dijen komen. Het wordt een kort bezoekje. Ze vertrekken om even wat te eten in het ziekenhuisrestaurant en beloven nadien nog even te komen kijken.

Ik knik, sluit mijn ogen en zak weg in mijn kussens. Ik hoor vaag het geluid van de maaltijdkar en de stem van  de voedseluitdeelster die opgewekt de patiënten chili con carne voorschotelt. Ik laat dit maaltje aan me voorbij gaan, ook het toetje, caramelvla, laat ik voor het is. Ik taal er niet naar. Tegen zessen wordt mijn wachtende kamergenoot eindelijk op transport richting OK gezet. Ik pers er een paar bemoedigende woorden uit.

Bij mijn poging mijn kussens te herschikken, zie ik tot mijn schrik een krans van bloedvlekjes op het sloop. De wonden zijn natuurlijk gehecht, maar nog niet geheeld. Ik draai het kussen om en leg mijzelf weer te rusten. Na een kort sluimerslaapje komt mijn gezin weer langs en ik tel mijn zegeningen, ik kom tot drie en ben daar gelukkig mee.