De eerste dagen na de operatie viel mijn bril voortdurend van mijn neus. Als slechtziende kan ik niet zonder bril. Ik voel me onthand als ik niet kan zien wat er om me heen gebeut. Deels is het ordinaire nieuwsgierigheid maar deels is het ook instinct: weten waar de dreiging vandaan komt doe je door de ingang van je schuilplek in de gaten te houden.

Dat mijn bril niet op mijn neus bleef staan kwam door het drukverband dat kunstig op mijn hoofd was gedrapeerd. De wonden op mijn hoofd waren dan wel gehecht maar nog niet helemaal dicht. De verpleegkundigen deden hun uiterste best om het verband zo aan te brengen dat het net vast genoeg zat om de genezing te bevorderen maar niet zo stevig dat ik er stekende hoofdpijn van zou krijgen. Er moesten drie wonden worden ingepakt. Twee vooraan waar de elektroden zaten en één achterop waar de kabeltjes samenkwamen. Vandaar liepen de draadjes onderhuids langs de rechterkant van mijn hals naar het DBS-apparaatje. Daar zat de vierde wond, die met een rechthoekig verband verbonden was.

Het rekverband, ik noemde het een tulband, zat zo om mijn hoofd dat alle drie de kopwonden bedekt werden. Het was onmogelijk om de oren daarbij vrij te houden. Vandaar dat mijn bril alleen op mijn neus steunde. ‘Geen probleem,’ zei de praktische verpleegkundige, ‘we tapen de pootjes wel even vast aan je hoofd.’ En voor ik het wist plakte ze twee stukjes tape de bril aan de tulband vast. Ik zag nu wel iets, maar omdat de bril schots en scheef zat, keek ik dubbel.

De hoofdwonden kreeg ik beetje bij beetje te zien. De verpleegkundige maakte een foto met mijn mobiel bij de eerste verschoning. Vanaf mijn haargrens zag ik twee kaal geschoren inhammen lopen, centimeters lang richting mijn gemillimeterde kruin. Op de kale plekken zaten de hechtingen: dwars over de incisie die vele tinten rood bevatte, zag ik donkerblauwe stiksel alsof iemand met onvaste hand in Romeinse cijfers een nummer (VII of VIII) op mijn schedel had gekrast. Op de foto ging de derde wond schuil onder een ver verband. Gezien de omvang misschien ook maar beter.

De vierde wond in mijn borst, zit net onder het rechter sleutelbeen. Ik  zal de details niet beschrijven, laten we het houden op een strak dichtgenaaid borstzakje. Aan de linkerkant voelde ik met mijn vinger dat onder mijn huid het kabeltje over mijn sleutelbeen loopt.

Toen ik na twee dagen mij mocht wassen aan de wastafel, -‘Nee, echt dat lukt wel alleen,’ zei ik overmoedig tegen de verpleegkundige uit angst voor de natte koude washand - kon ik mijn nieuwe look bewonderen in de spiegel. Zonder tulband op mijn hoofd en zonder verband op mijn borst maar met een fris geschoren gezicht en vers gehechte wonden, vond ik mezelf er best doorleefd uitzien. Hier stond een man met een verhaal.