Toen op donderdag duidelijk werd dat ik in verband met de heling van de hoofdwonden nog een nachtje in het ziekenhuis moest doorbrengen, ging ik daar natuurlijk akkoord mee. De grootste wond leek nog wat wondvocht af te geven en belemmerde de vorming van korstjes. Een krokant wondlaagje kost nou eenmaal enige tijd. In Elfstedentochttermen: ik had nog een windwak op mijn hoofd. De zaalarts schakelde al zijn hulplijnen; hij stapelde supervisor op supervisor om bevestiging te krijgen van zijn vermoeden. Ik vroeg aan de verpleging of mijn rust deze laatst nacht wat beter bewaakt kon worden. Ik wees maar de lege plek naast mij. Vannacht komt daar niemand te liggen, garandeerde men mij. En er waren afspraken gemaakt met de familie.

Die donderdag voelde ik mij een stuk beter. Ik had nog wat last van hoofdpijn, deels veroorzaakt door het drukverband, maar met een stoot paracetamols was het vol te houden. Ook werd de pijn in mijn rechteroksel minder. Ik kon mij vrijer bewegen dan voor de operatie. Sinds tijden kon ik op mijn linkerzij slapen. Ik oefende het lopen op de gang. Voorzichtig wandelde ik over de afdeling. Ik waggelde nog een beetje, onzeker was mijn tred. Het tijdelijk effect van de operatie deed mij goed. Mogelijk was het een goed voorteken voor de werking van de DBS.

Over die DBS kwam de DBS-verpleegkundige mij in het ziekenhuis bijpraten. Zij vertelde over wat het nazorgtraject in zou houden. In de komende periode zou zij wekelijks mijn situatie telefonisch monitoren. Ze zou in de gaten houden of ik uit kwam met mij mijn medicatieschema. Als na enige tijd het operatie-effect ophield en de parkinsonklachten zouden terugkeren, werd het tijd de apparatuur in te stellen. Dat zou een dag in het ziekenhuis duren. Zonder medicatie en DBS zou ik getest worden hoe soepel ik bewoog, vervolgens kreeg ik medicatie en werd de apparatuur getest op verschillende instellingen. Aan het einde van de dag zou ik dan ingesteld staan. Wanneer dat zou plaatsvinden stond nog open. Over een week of zes, misschien wel acht. Voor elke patiënt is dat verschillend, hoe verschillend dat zou zijn zou blijken.

Maar eerst mocht ik naar huis, vond de zaalarts op vrijdag.