Ik voel het aangenaam warme water over mijn rug naar mijn billen stromen. Bijna een maand lang heb ik mij gewassen aan de wastafel, met wat water in de bak, beetje zeep erin - Zwitsal-baby-zeep omdat die zo zacht is - en maar poedelen.

De voornaamste reden om niet te douchen hangt als een blok aan mijn linkerbeen. Omdat ik aan de andere kant van mijn lijf de operatiewonden heb die ook niet al te nat mogen worden, was het beter niet te douchen. Dus hipte ik elke ochtend, kruksgewijs, van bed naar de badkamer, waar een stoel klaar stond vlak voor de wastafel. Zittend op de stoel begon ik mijn tanden te poetsen. Onderwijl bekeek mijn Lief de hoofdwonden, maakte ze schoon met alcohol, er bleven steeds kleiner wordende donkere plekjes achter, hardgedroogde bloedrestje met een laagje schoonmaakzalf erdoor. Elke dag werd het beter.

En vandaag vond ze het goed genoeg geheeld dat ik onder de douche mocht. Voor mijn gipsen voet had ik een ‘doucheslurf’ geleend: een smalle plastic zak met bij de opening een strak rubberen afsluitende ring. Zo bleef het gips droog. Op een stoel zat ik even later onder de douche, ik genoot; warm water is weldadig. Mijn Lief waste mijn haren met vaste hand, met anti-roos shampoo want ik strooi kwistig met haarsneeuw. Ik hanteerde daarna driftig de washand.

Het klinkt zo eenvoudig, even een douche nemen. Voor mij was het een hindernisbaan, niet zozeer de eigenlijke douchebeurt, wel de voorbereidingen en het naspel. Billen en ballen afdrogen en balancerend op één voet op een tegelvloer die op onverwachte plekken nat en glad kan zijn, vergt grote concentratie. Aandacht erbij, geen bravoure of nonchalance,luidt het devies. Omdat het effect van de operatie afneemt en mijn parkinsonklachten langzaam terugkeren, is evenwicht houden geen sinecure. Ik wankel maar blijf overeind.

Toen ik aangekleed was en veilig billengewijs de trap af was gekomen, nam ik plaats in de rolstoel, opende de deur van de woonkamer en maakte ik rollend mijn entree voor het ontbijt. Dit weekend mijn joggingbroek verruildde voor een spijkerbroek, eentje met een losgetornde broekspijp om de gipsklomp er doorheen te krijgen. Na mijn douche en met mijn jeans voelde ik me licht herboren. Mijn zoon belegde broodjes, warm uit de oven, mijn Lief bracht thee en sap, vervolgens ontbeten we aan de tafel, bij onze dochter die achter haar laptop aan haar paper werkte. Ik wist weer waar ik het voor deed.