DBS-Log #56: Met mijn been steken tussen de liftdeuren

‘Wat voor kleur wil je?’ Ik kon kiezen welke kleur gips ik wilde. De gipsmeester wapperde met een kleurenwaaier voor mij neus. Allerhande opties waren mogelijk. ‘Roze, blauw, wit? Een panterprint, camouflage of poezenpootjes’, somde hij op. Gips is niet lastig, gips is fun, wilde ze maar zeggen.

De donderdag na kerst moest ik mij melden in het ziekenhuis voor het definitieve gips. Op tijd vertrokken mijn Lief en ik van huis. Voor een ritje dat fietsend tien minuten kostte, namen we nu ruim de tijd. Ineens duurt alles langer, alsof je weer met een baby of peuter op stap gaat. - zit je net op je fiets, kind met moeite in de Bobike vastgesnoerd, tassen met luiers, tuimelbekers, stel schone kleertjes, wat speeltjes in de fietstassen en du moment dat je weg wilt rijden denk je ‘speentje’, dat idee.

Anyway, met de rolstoel het huis uit, vast komen te zitten bij de voordeurdrempel, moeizaam de lage auto in zien te komen, uitvogelen hoe die rolstoel ook alweer ingeklapt en de voetsteunen losgekoppeld moeten worden, hoe dat pakketje het eenvoudigst en met zorg voor je rug in de auto past. En dan even later in de parkeergarage van het zieken weer uitpakken, in elkaar zetten, veilig uitstappen en ontdekken hoe dat hele zaakje in een wel erg krappe lift past (ik liet mijn beensteun uitstaan, en kon slechts overdwars in de lift geschoven worden, mijn Lief paste er niet meer bij en moest met de trap, en toen ik alleen achterbleef, kreeg ik de deur niet dicht, met moeite verschoof ik mijn gevaarte een paar centimeters en sloot de lift).

Om bij de juiste afdeling te geraken, moesten we door vele gangen rijden (ik) en duwen (zij). Ik onderdrukte de drang tot wuiven als wij zittende mensen passeerden. Iedereen kijkt bij het wachten naar iedereen. Ik weet als geen ander hoe het werkt in een wachtruimte. Als er iemand in een rolstoel langskomt met een groot drukverband op het hoofd en een been in het gisp, vergelijk je jezelf als wachtende daar direct mee. En denk je: met mij valt het nog wel mee. Niets zo relativerend als een wachtkamer, het is daarom dat je ook zo veel moet wachten bij de dokter.

Bij de afdeling Gips mochten we na korte tijd wachten, lang genoeg om vast te stellen dat het vergelijkingsgewijs nog wel mee viel met mijn voet, naar een prachtvoorbeeld van efficiency in de medische zorg. In de gipskamer stonden naast elkaar vijf behandelstoelen annex -tafels, elk afgeschermd door een gordijn. Tussen deze plekken bewogen een arts en drie gipsmeesters. Zo hoefde er geen tijd verspild te worden, de ene patiënt installeert zich terwijl de ander beoordeeld of behandeld wordt. Om enige oriëntatie te behouden had elke plek een eigen keukenblokje, met gootsteen, kastjes en laatjes, in een eigen knalkleur, rood, geel, blauw, oranje of groen. ‘De groene patiënt, wat doen we daarmee?’

Ik koos voor blauw gips. Het reikte tot halverwege de knie. Tien weken lang. Niet belasten. Na vijf weken controle. Toen gingen we weer terug door de lange gang, zonder wuifbehoefte mijnerzijds. Onderweg kwamen we langs de afdeling neurologie, die naast de gipskamer bleek te zitten. Mijn neuroloog was afwezig, het was kerstreces. Bij de lift kwam ik probleemloos binnen en sloot de deur zich zonder meer. Bij de auto ging het inklappen en instappen ook snel. We raakten steeds meer bedreven in het leven met hindernissen.