Je kunt als niet-man je niet voorstellen hoe lekker het plassen is, bij voorkeur in de openlucht en wel tegen een boom of een muurtje. Zeker als er een beetje spanning op staat. Wildplassen mag niet meer in ons gereguleerde landje, maar ik heb een alternatief gevonden: urinaal plassen.

Het hulpmiddelencentrum waar mijn rolstoel geleend werd, biedt op zijn website bij de sanitaire handige hulpjes tussen de toiletverhogers en de ondersteken, het urinaal aan, mijn favoriete plasmaatje. In het ziekenhuis leerde ik dit draagbare piscontainertje, de Dixi voor naast het bed, leren kennen. Nooit meer je bed uit als je ‘s nachts moet plassen. Gewoon blijven liggen, je leuter de flessenhals inproppen en laat maar lopen. Even afschudden om urinevlekken in de lakens te voorkomen, onderbroekje omhoog, dopje erop en klaaroo. Er past een litertje in, genoeg capaciteit voor de hele nacht.

Voorwaarde is wel dat je geen plasschaamte kent. Je moet de piemel bloot durven te geven, maar dat geldt ook bij het wildplassen. Ik durf het ‘s nachts; overdag maak ik (nog) geen gebruik van de zeikkruik. Wel kondig ik ongegeneerd aan dat ik moet plassen, zodat mijn mantelzorgers mij kunnen helpen in de rolstoel te komen, mij voortduwen naar het toilet, de wc-deur openen en checken of ik de rolstoel op de rem heb gezet. Ondertussen maak ik de transfer rolstoel - toiletpot met gracieuze pasjes, een ballet voor eenpotigen, mede dankzij de muursteunen die een vriend daags na mijn voetbreuk kwam installeren. Hij heeft ze keihard vastgezet, zodat ik met vol gewicht eraan kan hangen, mij kan optrekken, mijn pasjes kan maken, mijn steun en toeverlaat bij het toiletpaaldansen. Om een beetje veiligheid in te bouwen plas ik met de deur open. Het is een ‘quilty pleasure’ van me, een soort wildplassen in huis. De schaamte voorbij.

De schaamte echt voorbij zijn, zou ik zijn als ik mij heel de dag urinaal zou ontlasten: op de bank tijdens het Netflixen, bij het eten aan tafel, of gedurende het ziekenbezoek, zo van: ‘Nee, het gaat goed, ik herstel prima, alleen dat plassen hè.’ En ik zou in het volle zicht van het bezoek, in de woonkamer mijn straal laten gaan in mijn urinaal die ik naast mijn stoel zou hebben staan. Iets weerhoudt me ervan, hopelijk hou ik dat nog zeven weken vol. Dan kan ik weer gewoon lopen, op de voet naar het toilet, of naar een boompje.