Een week geleden onderzocht de DBS-verpleegkundige mij. Elke week hadden wij vanaf de operatie contact gehad. Zo ontstond een beeld van mijn stijfheidssituatie. Grofweg: vlak na de operatie soepel in benen, armen en lijf, na vier weken nam dit af en keerde geleidelijk stijfheid terug. Ik werd steeds vroeger wakker door stijfheid in mijn lijf (rug, schouder, arm) en moest telkens meer medicatie nemen om de dag een beetje fit door te komen. Dit beeld had ik telefonisch doorgegeven en vorige week werd ik onderzocht met enkele lichamelijke testen.

Ik maakte o.m. de bekende ‘tap’-bewegingen met de vingers, ik moest mijn vinger met mijn neus aanraken en mijn onderarm werd vanuit een ontspannen houding gebogen om de weerstand te bepalen. Ook kon ik laten zien dat mijn linkervoet, ondanks het gips, weer naar binnen begon te staan en dat mijn tenen ‘klauwden’. Alles wees erop dat ik mijn parkinsonklachten terug heb.

Gelukkig maar, want nu kan binnenkort de DBS-apparatuur aangezet worden. Ik zal volgende week een dag naar het ziekenhuis moeten. Eerst wordt dan vastgesteld hoe ik er aan toe ben zonder medicatie. Met zo’n nulmeting kan een vergelijking gemaakt worden hoe ik reageer op het ingeschakelde apparaatje. Simpel gezegd kun je stellen dat een stroompje gegeven wordt die via de elektrodes in de hersenen terechtkomen. Zo’n stroompje beïnvloedt de werking van de hersenen. Nauwkeuriger gezegd: in de nucleus subthalamicus (gedeelte van de basale kernen) komt een elektrode. Het tekort aan dopamine veroorzaakt een reactie bij de hier aanwezige zenuwcellen. Deze reactie bestaat uit een spervuur van elektrische signalen. Hierdoor ontstaan parkinsonklachten als het trillen en de spierstijfheid. Door het stroomstootje vanuit de DBS wordt dit spervuur, vanuit de overactieve zenuwcellen, verstoord en nemen de klachten af. Deep Brain Stimulation stimuleert niet, het verstoort.

Bij het instellen wordt met een afstandbediening de stroomsterkte bepaald. Het gaat om voltages van enkele volts. Daarnaast is dit geen continue stroom. Vanuit de batterij komt een snelle opeenvolging van stroompjes. Hoe hoger deze frequentie hoe groter de verstoring van de zenuwcellen. Naast de twee variabelen is er nog een mogelijkheid om te variëren. Elke elektroden kent vier contactpuntjes die elk los van elkaar kunnen worden ingeschakeld. Dat levert bijna 30.000 combinaties op. Met deze drie parameters wordt gezocht naar de instelling die het minst overlast bezorg. Ik ben heel benieuwd welk combinatie voor mij zal gelden.