De Westerkrant, 18-11-2015

Weer een minuut stilte. Weer Parijs. Weer onschuldige doden. Weer treurende mensen op het Place de la République. 

Deze zomer was dat plein even mijn thuis. Vlakbij verbleef ik daar met mijn zoon in een hotel. Vanaf République trokken we per metro door Parijs. We bezochten Eiffeltoren, Notre Dame en Pompidou. We dronken Kronenbourg op een terras, schoven aan bij brasserie Chartier en lieten de stad op ons inwerken. De terugweg naar het hotel, voerde ons door de Marais. Totdat onze TGV Gare du Nord zou uitrijden, waren we Parisiens. 

 

Ik liet hem los in een wereldstad. Onverstandig? Moest ik hem tegenhouden omdat er bommengordels in mensenmassa’s kunnen ontploffen?

 

‘We waren bang, vlak na de aanslag,’ vertelde een jonge winkelier die voor een cafe zijn sigaret rookte. ‘Het kon zo weer gebeuren.’ Op straat oogde het nu vredig, zes maanden na Charlie Hebdo. ‘s Avonds kon je rustig op straat staan kletsen met een Franse klokkenmaker. ‘Na een paar dagen sleet de angst. Het leek weer zo als het altijd was geweest.’ Zijn enigste zorg was nu dat zijn winkel in design uurwerken minder draaide. Maar dat lag aan de euro-crisis. 

 

We slenterden verder langs hippe modezaken, strak en stijlvol ingerichte kunstgaleries en trendy schoenenateliers. De Marais toonde het moderne, gestylde gezicht van Parijs. Ik wandelde naast een aankomend architect door het decor van zijn toekomst. 

 

Toen de ik volgende dag vermoeid wat langer bleef liggen, trok hij alleen door de straten. Ik liet hem los in een wereldstad. Onverstandig? Moest ik hem tegenhouden omdat er bommengordels in mensenmassa’s kunnen ontploffen? Als ik die angst toeliet, belette ik hem de wereld eigen te maken. En daarvoor waren we in Parijs. Misschien, denk ik nu na 13-11, een terechte angst. Alhoewel, een leven in vrees is geen leven, maar een lijden.

 

Daaraan en aan een klokkenmaker dacht ik toen ik, in gedachten op het Place de la République, stilstond, een minuut.