Westerkrant, 21-10-2015

 

Ergens in de stad klinken kerkklokken. De zon heeft het moeilijk, zei het krantenweerbericht. Dat belooft weinig goeds. Alleen al kijken naar de miezerige regen, doet me rillen. Ach, zondag, niks hoeft. Alleen de hond, die moet uit. Als ik mijn lief verras met thee op bed, doet zij dat vast. Eenmaal buiten gaat het wel. Sjaal om, jas dicht. 

 

Net als vrijdagavond. We gingen uiteten en naar de film kijken. Na afloop wat drinken. Dus de fiets. Ik sputterde tegen; wilde met de auto. Als het buiten drupt, word ik een watje. Toch gaf ik toe. Halverwege had het geen zin om erop terug te komen. 

 

 

Ergens in de stad klinken kerkklokken. De zon heeft het moeilijk, zei het krantenweerbericht. Dat belooft weinig goeds.

 

Gelukkig was er plaats en warmte in Boven Jan. We wachtten op onze daghappen. Achter ons beet een vrouw van ruim vijftig in haar nachos. Grote bril en gekleurde, forse sieraden. Op haar theeglas afdrukken van lippenstift. Meer dan rode koontjes. Ze sprak net te luid. Nee, hij was er nog steeds niet. Ze zat hier al vanaf kwart over vijf. Hij nam de telefoon niet op, appte niet. 'En de auto staat voor zes euro per uur in de garage. Onvolwassen hoor,' klaagde ze. Ze kauwde boos haar nachochips weg.

 

Na het eten liepen we naar de bios, over de druipnatte gele klinkers van de Herestraat. ‘Ze belde het datingbureau. Gedumpt bij de blind date. Boos beklag doen bij de bemiddelaarster.’ Nee, wist mijn lief zeker, ze belde haar man. Zoon, eerstejaars, op kamers in de stad want tja, Sappemeer, liet zijn moeder zitten. Stond met zijn jaargroep bier te hijsen. Of sliep hij nog, na een lange donderdagnacht? Een scharrel? Maar mooi niet appen. 

 

We grijnsden. 

 

Zie je wel, best fijn in de regen. 

 

Vooruit. 

 

Ze krijgt thee en ik doe de hond. Het is maar regen en grijs is ook maar een kleur.