Koude tegenwind prikt in zijn gezicht. Hijgend fietst hij door de duinen naar huis. Zijn klasgenoten nemen ‘s winters de tram. Hij niet. Nog een paar bochten tot het landhuis. Daar staan de kleine paarden met lange manen en enorme staarten bij elkaar te schuilen tegen de kou. Melancholieke ogen, zachte ponyneuzen en ruige ponylijven. Zijn fiets legt hij langs het duinpad. Hij pakt zijn Rolleiflex. Door de zoeker ziet hij het zadeldak van het afgebladderde witte landhuis en het roodbruine houtwerk. Daar lopen ze, in een kaalgevreten veld, omringd door doorn- en bessenstruiken. 

Ze staan bij elkaar.

Klik.

Bijten elkaar. 

Klik.

In galop door de wei.

Klik. 

Hij lokt ze met wat brood. Streelt de manen, die over de donkere ogen vallen. Elke middag fietst hij naar de kudde. In de vrieskou kijkt hij, geniet hij, verwondert zich over hun snelheid. Op een dag staat hij verdoofd bij het hek. Hij ziet alleen hoopjes paardenmest. Het voelt alsof er een gat in zijn ziel is gebrand.

Boven het poortgebouw van het Limburgse kasteel Aldenghoor uit, steekt een kegelvormige, leigrijze torenspits. De woontoren vormt het centrum van het landgoed. Lex gaat over de boogbrug naar de poort. In de gracht drijven waterlelies. Boven de entree zitten twee kleine openingen, als ogen. In het fronton is een familiewapen ingemetseld. Klimop overwoekert de kasteelmuur. De bomen rondom de slotgracht lopen uit. Lang geleden leefden binnen deze muren baronnen en missiepaters. Nu runt de familie Halmann hier een stoeterij, gespecialiseerd in ijslandse paarden. In de bijgebouwen zijn de stallen. Het hoofdgebouw kijkt uit over een siertuin met buxushaagjes, Daarachter een ovaalbaan, waar de ijslanders hun tölt oefenen. 

Lex voelt zich op zijn gemak. Dit is zijn wereld, de wereld van de ijslander. Met zijn vrouw en vijf kinderen woont hij op een verbouwde boerderij in Drenthe. Hun buurman daar importeert ijslandse paarden, het ras dat Lex als vijftienjarige in de duinen fotografeerde. Zijn buurman laat Lex op een van zijn ijslanders rijden en vraagt zijn hulp in de stal. Al snel draaide Lex mee op ponykampen en bij paardenkeuringen. De gemeenschap van ijslandersliefhebbers is hecht en eigengereid. Het ijslandersvirus kreeg hem te pakken. Ooit zou hij een eigen ijslander bezitten. 

Daarom is hij nu op Aldenghoor. Hij kocht ongezien een veulen, nog voor de geboorte. Zal het tegenvallen net als eerdere aankopen? Natuurlijk, moeder is een dondersteen terwijl vader een relaxte heer is, hoffelijk voor merries, betrouwbaar en mensvriendelijk. Vast krijgt het dier een fraai karakter en een mooie tölt-gang, de kenmerkende loop van ijslanders. Het blijft een gok. 

Op Aldenghoor ziet hij in de wei zijn veulen lopen: een bundeltje spinnepoten, dat onvermoeibaar en snel om zijn moeder stuift en tussen de andere paarden zigzagt. Lex weet genoeg. Ook anderen zien de potentie. Bij het inladen van zijn aanwinst op de binnenplaats van het kasteel verschijnt een medewerker van eigenaresse Viola Halmann. Namens haar biedt hij een vermogen. De kasteelvrouwe staat voor het raam. Lex schudt zijn hoofd. Het gordijn valt dicht.

Baldur is niet te koop.

‘Stop met autorijden en paardrijden’, gebiedt de arts. Lex is begin veertig, zijn leven is gevuld met werk, verbouwingen en paarden. Brandende ambities. Een slepend been en een trillende rechterarm brengen hem bij de neuroloog. Parkinson, bevestigt ook de second opinon. Hij gaat er tegenin. Lex is gewend aan lange autoritten als directeur regionaal beleid bij de Verenigde Kamers van Koophandel. Bij zijn nieuwe auto ontbreekt de stuurbekrachtiging zodat hij bij elke bocht fors moet sjorren. Nog meer werk ligt te wachten. De oprichting van een eigen adviesbureau vergt veel tijd. Tot diep in de nacht schrijft hij zijn rapporten. 

Na zijn werk pakt hij thuis een boterham, stapt in driedelig kantoorgrijs op de tractor om te hooien. Hij aarzelt niet ‘s-weekends uren te rijden voor een wedstrijd of keuring. Op zijn paard maakt hij lange buitenritten waarbij hij het paard op adem laat komen, door kilometers naast zijn paard te rennen. 

Lex vecht niet tegen zijn ziekte, hij gaat er langs. Als hij de ziekte zou cultiveren zou hij er meer last van krijgen. Lex slikt zijn medicijnen en leeft door. Sommige mensen krijgen bijwerkingen, gaan gokken of belanden in een psychose. Misschien had Lex minder risico’s genomen zonder medicijnen. Zijn ziekte negeert hij door zich op mooie dingen te richten.

Niets weerhoudt hem, ook parkinson niet. 

Na zeven jaar keuringen hakt Lex de knoop door. Omdat Baldur als hengst net te kort schiet, stopt Lex met fokken. In plaats daarvan trainen fanatiek ze voor de lange afstanden. Lex bouwt Baldurs conditie verder op. Alsmaar sneller en verder. In galop vertrekken en in galop terugkeren. De balsturige Baldur weigert te gehoorzamen op een druk kruispunt. Lex wil het bos in en Baldur gaat de andere kant op. Hoefijzers ketsen op de keien. Baldur steigert. Samen belanden ze op de weg. Piepende autoremmen.

Lex probeert van alles, tot scherpe bitten aan toe. Steeds vaker dreigt de harmonie tussen ruiter en paard verloren te gaan. Op de training van de IJslandse Rijders Noord in Exloo, ontdekt hij wat bij Baldur werkt. Tijdens een groepsrit haalt een paard hen in. Baldur reageert meteen: hij wil voorop. Baldur mag zijn gang gaan en vliegt het zandpad af. Lex laat hem mee beslissen. Door Baldur vrijheid te geven en in zijn waarde te laten, is hij berijdbaar. Ze zijn partners.

Baldur toont zich verantwoordelijk. Vaak wankelt Lex in het zadel, vermoeid en uit balans. De ijslander vermijdt kuilen en overhangende takken om Lex te ontzien. Na een valpartij ligt Lex in een sloot bekneld onder Baldur. Baldur wacht totdat Lex zijn been loskrijgt. Pas dan bevrijdt het dier zichzelf. 

Baldur is een brok dynamiet, maar Lex kon er alles mee.

Lex staart in het duister. In zijn hoofd tollen de gedachten. Een tegenligger doemt in de bocht op, nadert sneller dan verwacht. Zijn oogleden vallen bijna dicht. Stijve spieren, als na een urenlange buitenrit. De ziekte, het vele werk, de spanning rondom zijn echtscheiding en de verzorging van Baldur eisen hun tol. De linkerberm komt dichterbij. Een trilling trekt door zijn arm. Hij rukt aan het stuur.

Hij moet stoppen. Rusten.

Het was een drukke avond: met Baldur trainen op het hippisch centrum, koffiedrinken en kletsen met vrienden. Pas na middernacht laadt Lex Baldur in de veewagen. De cabine is koud. Lex start de motor en begint aan de terugtocht door donkere Drentse bossen en langs schaars verlichte heidevelden. Van Exloo naar de stal in Dwingeloo en dan naar huis. Al gaat alles moeizamer, na ruim tien jaar parkinson, de training in Exloo moest doorgaan. Hij klampt zich vast aan Baldur. En natuurlijk zelf doen, nooit hulp vragen. 

Terug op de eigen rijhelft. 

Nu dreigt de rechterberm.

De snelheid zakt.

Achter hem in de bak schrapen Baldurs hoeven, geruststellend. Lex draait een parkeerplaats op. In de cabine, handen nog gekromd om het stuur, ziet hij bij het schijnsel van dashboardverlichting zijn rooddoorlopen ogen in de spiegel. Bevend prutst zijn onwillige hand aan de handel om de rugleuning in de slaapstand te zetten. De vrieskou voelt hij niet, zo snel is hij vertrokken. 

Zes uur ‘s ochtends. Een tik met een ring op het bevroren raampje. Lex schrikt wakker. Alles in orde? vraagt een agent. Lex knikt en huivert. Hij trekt zijn stoel omhoog en draait de contactsleutel om. Nog steeds stijf. Maar gered. Niet voor het eerst, misschien wel de achtste keer. Alles voor Baldur, die hem drijvende houdt. Hoe lang nog?

Op een zwoele zomeravond rijdt hij Baldur na een heerlijke bosrit, over de brink terug naar de stal in Dwingeloo. Het zit vol terrasgangers. Kaarsjes op de tafeltjes. Gemoedelijk geroezemoes, druk drankgelag. Het raakte hem toen hij kennissen hoorde zeggen dat het nooit meer wat zou worden met Lex en zijn paard. Lex spoort Baldur aan. Laat ze nog een keer een poepie ruiken. Baldur richt zich op, gooit zijn rug los. Uit zijn borst klinkt een grommend gerommel. Lex geeft zijn paard vrij. Hoeven kletteren op de klinkers. Het ratelt als een razende. Een kolere-herrie. De gesprekken boven bier en wijn verstommen. Het publiek komt overeind. 

Ze kijken. 

Ze klappen. 

Hij hoort hun kreten. 

Lex voelt Baldurs benen onder zich razend snel rondgaan, maar op de rug van zijn ijslander zit Lex als een levend standbeeld. Vonken spatten op. Lex zweeft. Baldur lijkt te vliegen. Ze zijn één. Baldur raast en rost. Lex geniet van Baldurs tomeloze tölt. In het zadel merk je niks van de om en om stampende benen. De ruiter glijdt vooruit. Dit is het geheim van de ijslander. Töltgang in optima forma.

In Exloo is in 2002 een grote paardenshow. Gehaast dirigeert Lex Baldur in sprint naar de start. Hij hangt scheef in zijn zadel. Vermoeid. Naast hem rijden vrienden. Lex glimlacht in zijn grijze baard. Hij voelt hun vriendschap en gedeelde passie voor ijslanders. Weer zakt hij onderuit. Richt zich opnieuw op. De onstuimige start speelt hem parten. 

Later vertellen zijn vrienden hem hoe ze hem in het zadel hielden. Dat ze hun hart vasthielden, maar hem het plezier gunden van de ceremonie. Hij erkent dat hij af en toe een rit met Baldur nog maar net vol houdt. Na afloop is hij dagen total loss. Tölten zoals in Dwingeloo is voorbij. Het knaagt aan hem want Baldur verdient beter. Lex wikt en weegt en besluit: hij verkoopt Baldur niet, maar geeft hem weg. Baldur in de kracht van zijn leven, moet een baas krijgen die met hem kan uitrijden, hem aankan en het beste uit hem haalt. 

Hij denkt het goed te doen, maar vergist zich in zijn keuze. Lex schrikt als een vriendin belt dat Baldur staat te verpieteren. Ze zegt dat ze hem schaakt en overbrengt naar haar weide vol ijslanders. Lex stemt opgelucht in als ze vraagt of dat mag.

Winter 2014. Wankelend wandelt Lex over het pad langs de wei, naar het hek. Hij weet van geen wijken. Kort geleden veegde hij zijn medicijnkastje leeg toen hij steeds meer bijwerkingen kreeg. De huisarts bezwoer hem dat hij niet zomaar stoppen kon. Alleen nog levodopa. Lex wil niet nog meer verliezen. Hij traint zijn lichaam om zonder rollator te lopen. Hij wil door. 

Ineens bevriezen zijn bewegingen. Voorovergebogen steunt hij op zijn stok. Kin op de borst. Hijgend. Moeizaam komt hij weer op adem. En wandelt traag verder. 

Baldur merkt hem op en draaft naar hem toe. Hij negeert de jongere paarden die hem uitdagen om te spelen. Zachtjes streelt Lex zijn ijslander en buigt voorover. Zijn grijze baard raakt de bruinrode vacht. Oude herinneringen komen terug. Morgen zal Lex uit zijn doen zijn. Dan zal hij beseffen hoe groot het gemis is. Maar vandaag geniet hij van zijn oude vriend. 

Hoofd tegen hoofd.