Je moet het ook niet zomaar aan iedereen vertellen, dacht ik toen de kapper boven mijn hoofd stil viel. Hij had net gezegd dat het bosje bovenop nog dicht genoeg was. Ondanks die grijze haren. 

'Ach, binnenkort moet de kop toch kaal', zei ik luchtig, 'als ze er gaten in gaan boren'.

De altijd kletsgrage kapper verstomde. Ik sprak over elektrodes en elektrische pulsjes.

'Oef man, wat ja 'n boudel', bracht hij ten slotte uit en keek mij via de spiegel geschrokken aan. Hoe die elektrodes erin werden gestoken en verbonden met zo'n kastje achter het sleutelbeen, slikte ik maar in. 

Aan leken een DBS-operatie uitleggen is te veel horror en sciencefiction. Plompt verloren mededelen schrikt af. Het vergt voorwerk. Zelf moest ik ook wennen aan het idee. Beschrijvingen las ik half; YouTube-video's vermeed ik. 'Vinger aan de Pols' bekeek ik vroeger met halfgesloten ogen ('Is het bloed weg?'). Ik ben een EHBO-held op sokken. De kinderen wisten dat ze voor pleisters en bloederige wonden naar mama moesten. Als de hond iets mankeert, een volgezogen teek of zo, dan geef ik de tekenpen aan mijn vrouw: 'Hier, jij kunt dat veel beter'. Meewarig kijkt ze me dan aan. 

Toch stapte ik met DBS snel over de vreesdrempel heen. Ik begreep dat het mijn reddingsboei was. Dat je hersenen niets voelen (zegt men...) als je er iets insteekt, stelde me gerust. Ik hoorde dat een op diepte ingestelde boor het gaatje in je schedel maakt. Die details stellen gerust. Dat mijn hoofd in zo'n frame moet vergeet ik liever. Door DBS niet te dramatiseren kon ik mijn kinderen vroegtijdig uitleggen wat het inhoudt. Nu het bijna zover is, reageren ze niet angstig. Al blijft het heftig, ze zien de voordelen.

Ergens in 2018 gaat het gebeuren. Mits ik 'goed' gekeurd wordt. Of beter ‘goedfout’, al houd ik die woordspeling voor me. Misschien opereren ze me wel voor mijn vijftigste. In ieder geval nog voor ik kaal word, als ik mijn kapper mag geloven.