Deze column gaat volgens het kadertje bij mijn foto over een man met parkinson en opgroeiende pubers. Ik behoor te vertellen hoe het is om naast een zoon en dochter ook nog eens parkinson te hebben. Soms is dat behoorlijk ellendig. Omdat je door vermoeidheid of fysieke klachten niet mee kunt doen met je kinderen. Of omdat je niet kunt rijden bij uitwedstrijden of niet kunt mee klussen bij het opleuken van de puberkamer. Toch krijg je ook onverwachte kansen als parkinsonpappa. Je bent vaak thuis waardoor je kunt helpen bij schoolopdrachten en klaar staat tijdens examenstress. Dat scheelt. Of mijn aanwezigheid en kopjes thee het verschil maakten is de vraag. In ieder geval haalden beide kinderen zonder zittenblijven hun VWO. 

Hun diploma’s zijn hun tickets to ride voor hun studentenleven. Colleges, kamer en kroegen. De oudste is daar al een tijdje mee bezig, de jongste volgt deze zomer. Naast parkinson kamp ik nu ook een lege-nest-syndroom.

Ik ontdekte dat het in beide gevallen neer komt op acceptatie. Aanvaard dat iets definitief is afgesloten. De vraag die in beide gevallen onvermijdelijk opdoemt: wat doet het er allemaal nog toe? En dat stemt somber. Een depressie dreigt. In mijn wanhoop lees ik op sites over lege nesten - echt, die sites bestaan -  dat de verlaten ouder moet genieten als de kinderen even thuis komen. Zo’n weekend van bij-eten, bij-slapen en bij-kletsen. In plaats van kwanti-tijd krijg je kwali-tijd, belooft lege-nesten-syndroom.nl. Koester die mooie momenten; verwarm je er aan in minder tijden.

Omgaan met parkinson lijkt verdacht veel op het gewone leven. 

Ten slotte las ik nog de tip om een huisdier te nemen om je zorgbehoefte kwijt te kunnen wanneer de kinderen zijn uitgevlogen. Gelukje voor hond P. Hij wordt zeker niet het kind van de rekening.