In 2017 heb ik tien jaar parkinson, bestaat de ziekte van Parkinson tweehonderd jaar en is de parkinsonvereniging veertig jaar oud. Daarmee is 2017 een herdenkingsjaar. Net als een huwelijk na vijftig jaar een gouden randje krijgt, kan een ziekte een monumentale status verwerven. Het blijft natuurlijk kalendergeschiedenis. Wat maakt het uit of iets 74 of 75 jaar geleden is gebeurt?

We herdenken het einde van de Tweede Wereldoorlog volgend jaar voor de drieenzeventigste keer herdacht. Elk jaar staan we stil bij de invasie in Normandië, de hongerwinter en de uiteindelijke bevrijding van Nederland. Telkens als we bij ‘ronde’ jaartallen belanden, krijgt de gebeurtenis extra aandacht. Oude monumenten worden afgestoft en nieuwe herdenkingspunten worden onthuld. Zo’n jubeljaar stelt de focus van herdenking opnieuw scherp. Wat maakt het waard om te blijven herdenken? Bij de oorlogsherdenking verschoof de aandacht van slachtoffers en helden naar abstracties als vrijheid en democratie. Het herdachte transformeerde tot een vehikel om aandacht te vragen voor een ideaal.  

In 2017 herdenk ik mijn tienjarige diagnose parkinson. Geen reden voor feestje. Ik weet ondertussen wat het is om chronisch ziek te zijn. De term chronisch kende ik overigens al als kind. Mijn moeder hielp ouderen met gezondheidsproblemen zodat ze langer in eigen huis konden wonen. Dat was mooi voor de ‘Gronings zieken’. Zo noemde ik ze. Immers de zieke oudjes waren Gronings: ze knauwden, slikten n’en in en woonden in Delfzijl. Later begreep ik dat het om langdurig zieken ging, mensen met een slepende ziekte. 

Tien jaar parkinson leerde mij wat een ziekte slepend maakt. Dagelijkse handelingen kosten meer moeite, niks gaat vanzelf. Ik ben een chronisch zieke; dat ik in Groningen woon, staat daar los van. Ik vier mijn jubileum niet. Ik heb er niets mee te winnen. Herdenken van veertig jaar vereniging en tweehonderd jaar ziekte van Parkinson dient tenminste nog een ideaal: aandacht vragen voor onderzoek naar wat de ziekte kan stoppen. Aan een chronische ziekte lijd je langdurig. Het enige positieve daarvan is je kans groter is dat je het gaat meemaken: een doorbraak.