Het UMC-Groningen is een stad in de stad. Ik kom hier voor een interview en dwaal vooraf even door het complex. Hier geen nauwe bedompte gangen met de geur van lysol. Hoog boven de bezoekers stroomt daglicht door de dakramen. Alles beter dan led-verlichting. Glimlachende gastdames vervoeren patiënten in golfkarretjes.

Op modern vormgegeven bankjes rusten mensen. Groene planten en moderne kunstwerken zorgen voor een ontspannen ziekenhuisbeleving. De afdeling urologie heeft ramen in warme rode tinten. Hippe wachtfauteuils maken van de oogkliniek een Coffee-Company. De kinderafdeling is gestyled in vrolijke kleuren. Je vergeet dat je in een ziekenhuis bent tot schielijk een arts in wapperende witte jas voorbijsnelt.

Gaan ze me hier opereren? Na tien jaar parkinson verliezen medicijnen hun kracht. Elf jaar geleden rende ik in de marathon nog langs dit ziekenhuis. Nu is een rondje wandelen al teveel.

‘Hoe gaat het met jou?’ Het is mijn verpleegkundig parkinsonconsulent. Dat we elkaar hier treffen is toeval. ‘Kom je voor je DBS?’ Ik schud mijn hoofd: ‘Interview voor ParkinsonMagazine. Over geavanceerde therapieën.’ Ik vertel dat haar collega mij het DBS-traject heeft uitgelegd. Ik kan niet wachten, zeg ik. ‘Het werkt, al gaat het er niet van over.’ Ze heeft gelijk. Parkinson blijft. Daar valt geen streep onder te zetten.

Mijn afspraak wacht. Ik loop, gehinderd door dystonie, naar de lift. Op de vierde verdieping zit neurologie. Snel slik ik pillen tegen de stijfheid. Het interview vindt plaats naast de verpleegafdeling van neurologie. Voor me een vrouw met haar kind. Ze draagt bloemen en een tasje met een pyjama. ‘Is papa daar?’ Het kind wijst naar een gang. Ik denk: lig ik daar straks? Met ‘n verband om mijn hoofd? Klinken hier de hakjes van mijn lief als ze mij na de operatie komt opzoeken?

Het interview gaat over een onderzoek naar het juiste startmoment voor advanced therapies, zoals duodopa en DBS. Vorig jaar begon mijn neuroloog over DBS. ‘Denk er over na’, zei hij. ‘Het wordt tijd’. Dat leek mij ook. Medicijnen tegen stijfheid en traagheid, veroorzaken steeds vaker overbeweeglijkheid.

De onderzoeker vermoedt dat patiënten vaak te laat DBS of duodopa krijgen. Bestaat zo’n een ideaal moment? Ben ik op tijd? Of ging het experimenteren met pilletjes  ten koste van de kwaliteit van mijn leven? Wat heb ik eigenlijk aan dat ideale moment als ik daarna zes tot negen maanden moet wachten eer de boor mijn kop ingaat? 

Mijn notitieblok blijft leeg. Who cares? Mijn krabbels zijn toch onleesbaar. De recorder draait geduldig verder. Kan DBS mijn handschrift herstellen? Vermoeidheid overvalt me ineens. De medicatie dooft uit. Slotvraag  over patiëntengegevens: is de privacy gewaarborgd? Geen probleem. Ik slik alle bezwaren in. En denk, als ze maar snel iets ontdekken. Liefst voor mijn houdbaarheidsdatum verstrijkt. De recorder zet ik uit. 

Bij het afscheid vertel ik over mijn DBS-traject. ‘Wel toevallig dat ik dan dit interview maak. Het komt zo dichtbij. Ook omdat die operatie waarschijnlijk in dit ziekenhuis gedaan zal worden.’ Ik schud zijn hand. ‘Sterkte met wachten,’ zegt hij. Voor ik de regen inga, kijk ik tersluiks richting afdeling neurochirurgie. Ik slik.