column PM logo websiteDoneren of niet? De nieuwe orgaandonatiewet ‘dwingt’ je tot een keuze. Ik wil al heel lang mijn hersenen doneren voor onderzoek naar parkinson. Maar ik heb niets geregistreerd. Luiheid of uitstelgedrag? Waarom talm ik? Hersenen moeten binnen twaalf uur na overlijden door de hersenbank uitgelicht, geconserveerd en geprepareerd worden. Binnen 24 uur is het lichaam terug. Het lijkt me moeilijk voor mijn vrouw en kinderen. Kunnen zij afscheid nemen zonder mijn lichaam? Ik ken ontroerende voorbeelden van kinderen die op ieder moment naar hun thuis opgebaarde vader konden gaan om te huilen, te voelen, om afscheid te nemen. Hersendonatie kan de wetenschap verder brengen, maar kan de rouw van mijn gezin ook verstoren. Weegt het tegen elkaar op? 

Ik vroeg het mijn dochter, gewoon aan tafel, na het eten. Ze zei dat bij orgaandonatie je lichaam ook ‘even’ weg is. We beseften dat aan orgaandonatie vaak een ziekenhuisopname voorafgaat. Stopt de beademing dan is snelheid geboden; doorbloeding is essentieel voor donororganen. Nabestaanden krijgen nauwelijks tijd voor afscheid. Hersendonatie biedt die gelegenheid wel. Het kost tijd eer het lichaam wordt opgehaald. Het tijdelijk ontbreken van het lichaam, daar zat het hem niet in. Wat weerhield me dan, vroeg ik. Dochter en ik filosofeerden over wat hersendonatie dan anders maakt.

Ik opperde of het te maken had met de ziel. Wetenschappers beweren nuchter dat de hersenen geen ziel bevatten. Hersenen zijn gewoon organen, maar met een bijzondere aard. Dochter verwoordde het zo: ‘De hersenen zie ik als kamers waarin je je herinneringen opbergt. Al je gedachten en gevoelens zijn er begonnen. Het zou vreemd voelen als die plek leeg is.’

Hoe bijzonder de hersenen ook zijn, ze zijn net als het hart, ook een bijzonder orgaan, nodig om het lichaam draaiende te houden. Ik knikte bij deze woorden van mijn dochter. Organen zijn gewoon onderdelen, soms gaan ze kapot. Net als bij een wasmachine kun je defecte onderdelen vervangen. Door orgaandonatie is ‘reparatie’ van iemands lijf mogelijk. Met jouw hart leeft iemand anders verder. ‘Daarom vind ik orgaandonatie ook mooi,’ zei dochter. 

We ruimden de tafel af en vulden de vaatwasser. Tijdens deze praktische handelingen schoot mij nog een verschil te binnen. Niemand leeft langer door mijn hersendonatie. Het is geen transplantatie. Mijn brein wordt, grof gezegd, in mootjes gehakt en in bakken met stikstof wereldwijd verspreid over laboratoria. ‘Belemmert  dat jullie afscheid niet, een opgebaard lichaam zonder hersenen, en niemand die er baat bij heeft?’ Voor mijn dochter niet: ‘Met hersendonatie help je ook mensen, zij het indirect,’ stelde ze. ‘Misschien is in het parkinsononderzoek jouw hersenpartje het ontbrekende puzzelstukje.’ 

Ik glimlachte. Eén ding zat me nog dwars. ‘Vanaf mijn 39ste bepaalde parkinson mijn leven, en dat van jullie. Moet het dan ook mijn afscheid bepalen?’ Ze vond het geen probleem. Hersendonatie paste bij mijn manier van leven met parkinson.

De orgaandonatiewet maakt uitstellen onmogelijk: kies en registreer. Mijn bonus was een waardevol gesprek met mijn dochter over doodgaan en afscheid nemen. Hoe we reageren op overlijden weten we niet, zeker als het onverwacht komt. Wellicht zijn we door ons gesprek  een beetje beter voorbereid.