Column Parkinson Magazine

Mijn zoon haalde onlangs zijn rijbewijs. Nog voor hij achttien werd. Het leek mij goed om hem vroeg te leren rijden. Voor hem is dat leuk en stoer. Maar ik had ook een eigenbelang: hij kon mij dan rijden. Sinds ik parkinson heb, rij ik alleen nog naar de Albert Heijn; lange afstanden doet mijn vrouw. Ze is een topchauffeuse, met een onfeilbaar richtingsgevoel dus ik heb niets te klagen. Ze brengt me overal. Het enige probleem is dat ik ‘meerij’. Ik rem mee, roep dat ze moet oppassen bij kruisingen en hoor onheilspellende geluiden. Ze is er aan gewend geraakt.

E-health heeft de toekomst. Binnenkort verloopt 70 procent van alle medische consulten online. Dat scheelt zorgverzekeraars geld en patiënten tijd. Voor mij is een ziekenhuisbezoek geen ommelandse reis. Ik woon vlakbij. Dus fiets ik naar de neuroloog. In het ziekenhuis vind ik vlekkeloos mijn weg naar de poli-neurologie. Verdwalen zal ik niet. Bij de assistente achter de balie check ik in. Precies op tijd. Ik wel, maar de neuroloog niet, die loopt altijd uit. Parkinsonpatiënten praten trager dan zorgverzekeraars in hun protocollen veronderstellen. 

In zijn grijze lange regenjas wandelde de man een paar keer week langs ons huis. Ik zie hem veertig jaar later in mijn gedachten lopen. Handen op de rug, zonder haast. Ons huis stond aan een doodlopende straat. Je kon er wel in, maar er door lukte niet. Ter afwisseling kon je aan de ene kant van de straat het voetpad heen en dat aan onze kant terug nemen.

‘Daar heb je meneer Gerritsen,’ wees mijn moeder.

Laatst ruimde ik de studeerkamer op. In een gezin met twee pubers, een werkende echtgenote en een slordige parkinsonpatiënt moet dat soms. Stapels papier gingen door mijn vingers. Daadkrachtig gooide ik veel in de papiercontainer. De rest borg ik op in dossiermappen. Een opgeruimd huis zorgt voor rust in je hoofd, dacht ik. 

Het is weer zover: Wereld Parkinson Dag. Net als voor dieren en secretaresses bestaat er een speciale dag voor parkinson: Wereld Parkinson Dag. Extra aandacht voor de doelgroep. Een baas geeft op Dierendag zijn hond een extra kluif, een secretaresse ontvangt op Secretaressendag een bos bloemen van haar chef en een parkinsonpatiënt wat krijgt die? Moet die wat krijgen? 

Twee keer per week bezoek ik de fysiotherapeut. Het is er een die is gespecialiseerd in allerlei chronische ziektes. De ene patiënt kampt met MS, de ander loopt met spasme en ik kom met parkinson. Mijn vaste fysiotherapeute, lang, blond, slank en sportief, weet van aanpakken. Eerst laat ze me los op de apparaten: tien minuten roeien, zes minuten op de crosstrainer, vier minuten op de armfiets en altijd weer de loopband.