Het biedt mij nu ruimte om te bepalen wat ik wil met mijn lege dagen. Bij alles wat ik bedenk om te doen stel ik voorop dat rust in mijn leven cruciaal is. Ik kan best iets doen, maar niet in het tempo van een normale werknemer. Deadlines moet ik niet hebben, geen gestress. Als ik zo kan opereren kan ik best iets doen wat op werk lijkt. Gewoon thuis, aan de keukentafel. Het liefst in korte blokjes, keurig onder de spanningsboog die beperkt is. 

Ik heb mij toegelegd op het schrijven. Ik houd dit weblog bij en noteer algemenere belevenissen in een tweede blog. Verder probeer ik mijn pen scherp te houden door mee te werken aan de buurtkrant en –website. Het zorgt er voor dat ik iets om handen heb. Bovendien zorgt het voor contact met mensen. Het belangrijkste is dat ik het kan inbedden in mijn leven, dat gebaat is bij een lagere versnelling. 

Het lukt niet altijd rustig aan te doen. Soms zet ik aan voor een tussensprint of een beklimming in een te hoog tempo. Ik doe dan net alsof er niets aan de hand is. Heel kort gaat het goed, maar het oude tempo kan ik niet volhouden. Mijn aandacht verdwijnt, mijn lijf doet zeer en ik weet weer dat ik niet voor niets officieel afgekeurd ben.

Zo probeer ik weer te werken zonder werk. Ik probeer een ontspannen houding te vinden. Mijn doel is duidelijk: voldoening vinden. Wat ik doe moet mij een voldaan gevoel geven. Dat kan zitten in een mooie zin, een interview of een leuk stukje. Als het maar voldoende voldoening geeft.