En zaterdag mochten we het eindresultaat bekijken. 

Aan de keukentafel, bij de koffie, legde zehet boek op tafel. De foto’s waren scherp. De composities klopten en de kleuren kwamen keurig uit. Elk detail stond er op.

Genadeloos. 

‘Je ziet precies wat de gasten van het feest vonden.’ Ik knikte en zag hoe in de gezichten de emoties te zien waren: na vijftig jaar keken mijn schoonouders nog altijd verliefd naar elkaar, blije gezichten van feestgangers die elkaar sinds langs weer zagen, verrassing bij het bruidspaar toen ze hun reis kregen aangeboden, een gast luistert bedachtzaam naar een speech. 

En ik zag hoe ik star in de lens keek.

‘Kijk toch eens, hoe gedetailleerd die vingers.’ Ik beaamde dat de handen schitterend in beeld waren gebracht. Handen die elkaar schudden, handen op schouders, twee handen waarvan de vingers in elkaar waren verstrengeld, handen waarmee breeduit gezwaaid wordt bij het afscheid.

En ik zie hoe mijn hand stram tegen mijn lijf aankleefde.

‘Je ziet gewoon dat iedereen het naar zijn zin had, iedereen is zo ontspannen.’ En ik wees hoe de fotografe de bewegingen van de feestgangers had vastgelegd: een glas wordt geheven, de bruidegom opent het buffet, zwierende rokken, proostende vrienden, huppelende heren in korte broeken. 

En een man die strak in de houding stond.

Ik genoot die dag. Ik vond het een top-feest. De speeches waren uit het hart, onverwacht cadeaus, een  buffet dat de verwachting overtrof en een locatie die alle lof verdiende. Op geen enkele foto straal ik dat uit. Overal die strakke mimiek, die stramme houding, dat houterige gebaar. Alsof ik er niet bij ben, of ik ergens anders ben.

Ik zie er afwezig uit. 

Enthousiast zeg ik nogmaals hoe mooi ik het fotoboek vind. Ik prijs onze fotografe en complimenteer mijn schoonmoeder met het samenstellen van haar jubileumboek. Een prachtige levendige herinnering. Kon ik dat nog maar eens uitstralen.