Ik liep rustig, in een relaxte cadans met een muziekje in. Ontspannen, halverwege is een driesprong. Rechtsaf naar huis, korte route, linksaf , lange route. Automatisch koos ik links. Ik schrok even, kom ik wel thuis? Had ik geen mobiel moeten meenemen? Ik liep de zorgen weg. Op driekwart van de route voelde ik hoe mijn linkerbeen ging slepen. Moest ik wandelen of zelfs stoppen? Ik concentreerde mij op de beweging die ik moest maken. Been vooruit, landen op de voet, afwikkelen, afzetten en verder met het andere been. Ineens kwam ik er door.

Ik liep het laatste stuk met een loopster in mijn rug. Ik wist dat ze mij zou inhalen. Het gaf niets, geen gehaast gewoon laten gebeuren. Stiekem keek ik op mijn stopwatch. De tijd viel niet tegen. Natuurlijk, ik moest nog een anderhalve kilometer, en in deze tijd was ik wel eens gefinisht, maar als ik even doorliep kon ik binnen de 45 minuten thuis zijn. Uiteindelijk redde ik het binnen de 42 minuten.

De rest van de dag had ik weinig last van stijfheid of vermoeidheid. Tevredenheid overheerste.