Hij stelde belangstellend vragen over mijn gezin en werk. Uit al zijnvragen bleek dat hij niet op de hoogte was van mijn ziekte. ik bracht hem op de hoogte. Ik gebruik doorvoor  een paar standaard-anektdotes over mijn diagnose. Het verhaal van mijn handschrift en de mri-scan vertel ik altijd en ook de reactie van mijn kinderen op het nieuws. Ze vroegen zich vooral af of je dood kon gaan aan parkinson. Het nee op die vraag was voldoende.

Twijfel aan nee Gisteren vertelde ik deze verhalen ook. Maar ineens begon ik te twijfelen aan mijn nee. Kon je nou wel of niet doodgaan aan parkinson? Had ik dit antwoord nou bedacht om me zelf gerust te stellen of klopte het echt? Mijn twijfel nam ik mee naar huis en ik zocht naar het antwoord.

Sterfte Na enig zoeken bleek mijn eerste antwoord te kloppen. Nee is het antwoord. Wel gaat het lichaam erop achteruit zodat het leven moeilijker wordt. Maar in principe kan je net zo oud worden als een gezond persoon. Echter, krijg je de ziekte op jonge leeftijd dan is je levensverwachting lager dan je op latere leeftijd parkinson krijgt. Toch is er een verband tussen parkinson en sterfte. Hoe meer de ziekte je lichaam je aantast hoe vatbaarder je bent voor complicaties en infecties. Dus indirect is het verband er wel degelijk. De ziekte maakt je dus kwetsbaarder.

Factchecking Mijn antwoord bleek dus te kloppen. Ik heb mijzelf dus niet in slaap gesust met een verzinsel. Toch is het goed om af en toe je eigen feiten te checken op waarheid.