Ik verwijt niemand iets. Ik vraag me alleen af hoe je er aan komt. 

Het plasprobleem begint als ik net in bed lig, mijn ogen sluit, dan voel ik de druk op mijn blaas. Kort verzet ik me er tegen, niet aan denken, maar dat vergroot juist de aandrang. Op de wc plas ik uitgebreid uit: mijn passieve plasser drupt extra lang na boven de pot terwijl ik denk aan watervallen en wildwaterraften. Als ook de denkbeeldige watermassa’s mijn plas niet doen stromen, knijp ik af. Onzeker kruip ik naast mijn vrouw die met een zacht, warm kneepje laat voelen dat ze meeleeft, ook duttend. Onzeker, ik vrees dat ik zo weer moet. 

 

Daar sta ik dan op een donkere dreinende dinsdagochtend deinend op een discodreun.

 

Daar praat ik over tijdens het cross-trainen of roeien. Vandaag niet. ‘Niets bijzonders te melden over de afgelopen week,’ houd ik haar af. Ze zwijgt even en begint dan over het parkinson-congres dat ze had bezocht. Ze weet dat ik het onderzoek naar parkinson volg. ‘Het ging om vroege indicatoren. Een Duits onderzoekster zegt dat er verband is tussen depressie en het ontstaan van parkinson. Niet iedere depressieveling krijgt parkinson, maar het vormt een indicatie.’ Ik knik, toevallig had ik ooit depressieve klachten. ‘En koortslippen blijken ook voorspellende waarde te hebben,’ vertelt ze verder. 

Heb ik, check.

Dan begint ze met de oefeningen. ‘Voeten uit elkaar, gewicht op het linkerbeen en dan op je rechter. Je rechterbeen opheffen naar achteren.’ Ze danst voor. ‘En beweeg je armen in hetzelfde ritme. Luister naar de muziek.’ Wankel waggel ik heen en weer, als een verdoofde danser. Rick James zingt ‘Super freak’. Mijn swingen een zwoegen. Daar sta ik dan op een donkere dreinende dinsdagochtend deinend op een discodreun. Ik ben weer vijftien en mis net als op de disco-avonden het ritme volledig. Ik sla de spijker mis in de plank die ik zelf ben. Ik beweeg op onhoorbare muziek. Mijn lijf doet maar wat. Mijn handen wapperen willekeurig en mijn benen bewegen onbeheerst, onzekerheid troef. Van mijn flitsende motoriek heb ik het nooit moeten hebben. 

Opeens schiet mij nog een vroege indicator van Parkinson te binnen. Bij de disco-screening zou ik er direct uitgepikt zijn. Op mijn twaalfde al.