‘Wat is er? Je bewoog heel erg en je riep iets onverstaanbaars.’ Ik blijf stil liggen om de droom niet te verdrijven. Een duinlandschap. Er staan tenten. Zwaar katoenen doeken, legertenten. Ik loop de ingang in en zie mijn bureau. Op de hoek een beeldscherm, het toetsenbord verborgen onder een stapel papieren. De dossierkast achter het bureau is halfgeopend. Mappen en boeken liggen ongeordend voor archief door te gaan. Dit is niet kamer 3.05, er ligt geen blauw tapijt en van een balkon is geen sprake. Het bureau staat in het zand. Ik begin het weg te trekken uit de tent. De dikke man met vet haar die plaats mijn plek heeft ingepikt, trekt terug. Ik hem mijn arm omhoog en sla. ‘Opzouten, klootzak.’ Voor alles wat niet mooi is, scheld ik hem uit Had-ie maar van mijn plek moeten afblijven. Ik trap tegen zijn schenen en bewerk zijn gezicht met mijn vuist. Mijn knokkels gloeien. 

 

Voluit trapte ik tegen zijn schenen, hij viel, ik wierp me op hem en hield mijn belager in een stevige greep, mijn vingers om zijn keel, steeds strakker. Zijn ademsappel trilde tussen mijn vingers. Als ik nu door zou zetten zou dit goed verkeerd aflopen. 

 

 

‘Weet je nog dat je aan het slaan was?’ Ik open mijn ogen, de bloedende collega vervaagt. ‘Sloeg ik jou? Ik heb je toch geen pijn gedaan.’ We denken allebei aan de droomscène, een paar weken eerder. Toen viel iemand mij aan. Ik voelde zijn spetters speeksel op mijn wang spatten. Gelukkig bleek ik niet zo hard te hebben geknepen dat er blauwe plekken zichtbaar waren in de hals van mijn echtgenote. De trappen tegen haar scheenbenen waren dagen later nog wel te zien. 

 

‘Nee, je sloeg met je vuist op je nachtkastje, stootte klanken uit, heel angstig.’ Ik lig op mijn rug, mijn ogen open en sta naar het plafond. Ik proef bloed, op een van mijn knokkels. ‘Geen flauw idee waarom, ik zoveel droom over mijn werk,’ fluister ik. Ik stopte een paar jaar geleden omdat de combinatie lesgeven en parkinson niet optimaal was. Gedwongen stoppen is nooit leuk, je gaat ervan dromen. Of komt dat door de medicijnen? Of gewoon door de parkinson?