Natuurlijk zei de arts dat gekeken wordt naar wat nog wel mogelijk is. Wat kun je als patiënt nog wel goed doen? Als je door je ziekte het niet meer volhoudt leiding te geven en met deadlines om te gaan, kun je dan nog wel in de luwte werken? Met die vraag is de arbeidsdeskundige aan de slag gegaan. Na enige tijd werd ik door de UWV-man gebeld. Hij had zijn best gedaan, maar kon niets vinden waar ik mijn geld mee kon verdienen. Omstandig verontschuldigde hij zich voor de harde boodschap. Helaas moest hij mij mededelen dat het onderzoek leidde tot het oordeel volledig arbeidsongeschikt.  Hij kon er niets anders van maken. Opnieuw maakte hij excuses. Ik moest hem bijna troosten, terwijl het toch om mij ging. Hij had nog nooit zo’n geval meegemaakt als ik. Jong en Parkinson, je komt ze zelden tegen.

De arbeidsdeskundige legde mij uit wat de verdere procedure inhield. Ik begreep het. Ik knikte. Toen ik de telefoon neerlegde, staarde ik voor mij uit. De boodschap had mij niet geschokt. Ik wist van meet af aan dat dit er uit zou rollen. Dat het nu een feit geworden was, kwam nog niet echt binnen. De uitslag zou bepalend zijn voor mijn nabije toekomst. Wat dat betreft lijkt het op een sollicitatie. Ook dan kun je niet voorstellen welke gevolgen het telefoontje met de uitkomst van de sollicitatie, zal hebben. Je legt neer, en je weet dat de boodschap die je net gehoord hebt, een wending in je leven markeert.  Maar in concreto weet je nog niets.

Een paar dagen later kwam de brief met de bevestiging van de keuringsuitslag. Zwart op wit stond het er. In zakelijke termen las ik hoe ik er voor stond. Ik werd er niet echt vrolijk van. Gelukkig keerde mijn positieve grondhouding snel terug. De uitkomst bood allerlei mogelijkheden om de rest van mijn leven een andere draai te geven. Vastbesloten om dat doel te bereiken, borg ik de brief op in mijn rode ordner, onder het kopje ‘UWV’. Ik zette de map weg en probeerde of ik een blik kon werpen op mijn toekomst.